In april 1980 had ik een muzikant te gast die met zijn punkband zou deelnemen aan een festival dat ik meehielp te organiseren. Nadat we de afspraken voor het optreden hadden doorgenomen, raakten we in gesprek over wat in die dagen de gemoederen nogal bezighield, kroningsdag. De muzikant woonde in een kraakpand in Utrecht en was de idealen van zijn beweging volledig toegewijd. Het vuur spatte van zijn woorden over huisjesmelkers, speculanten en een repressieve overheid. “We zijn in oorlog, Bart.”
Hij hangt pontificaal boven zijn bed. Hardharige vacht, glinsterende ogen, een bescheiden gewei. Telkens als hij het liefdesspel bedrijft, kijkt Mwangi er even naar. Schalkse genoegdoening na jarenlang getreiter. Soms erger.
Zijn vrienden noemen hem gekscherend een trophy hunter. Dankzij hem is de laatste zondebok die in het gebied werd gesignaleerd met pijl en boog geofferd op de eeuwige jachtvelden. Jarenlang regende het verwijten. De droogte, ebola, sprinkhanenlagen – allemaal Mwangis schuld, hún schuld. De homo’s hebben het gedaan!
Nu was het stil.
Even later stond het Keniaanse hooggerechtshof de LHBT gemeenschap toe om zich te organiseren. Een bekende schrijver kwam uit de kast. Bij de buren in Oeganda liep een campuskerk van een Anglicaanse haatzaaier leeg. In Mozambique, drie landen verderop, verklaarde het parlement homoseksualiteit legaal. In Zuid-Afrika werd alweer een homohuwelijk ingezegend. En toen Obama in Mwangis land neerdaalde, brak hij er een lans voor gelijke rechten. President Kenyatta pruttelde nog wat tegen, in zijn land golden ‘andere normen en waarden’. En zijn adjunct verklaarde met een stalen gezicht dat ‘het’ in Afrika niet bestond. De mensen haalden hun schouders op.
Toen hij ’s avonds in bed stapte, gaf de zondebok hem een knipoog en fluisterde: ‘Je moet wel weten dat ik niet de enige ben. Straks duikt er elders vast weer een op’.
Die gaat er dan ook wel aan, dacht Mwangi en kuste zijn vriend welterusten. Het jachtseizoen was geopend.
(Deze column verscheen eerder in OneWorld magazine)
Het eerste exemplaar van Homoseksualiteit in Afrika – Een gevaarlijke liefde wordt aanstaande dinsdag overhandigd aan Lindsay Louis, medewerker van de Zuid-Afrikaanse ambassade in Den Haag. Lindsay is een uitgesproken pleitbezorger van gelijke rechten voor homo’s en lesbo’s. De bijeenkomst vindt plaats bij Framer Framed in de galerie van de Tolhuistuin in Amsterdam en begint om 17.00 uur.
Vele honderden miljoenen dollars spendeerde het blanke Zuid-Afrikaanse minderheidsbewind aan internationale apartheidspropaganda. Het had nauwelijks succes. Ook het inhuren van zwarte Amerikanen voor de campagnes die meer begrip voor de blanke superioriteitswaan moesten kweken, haalde weinig uit.
Omslag ‘Zingende Pijnbomen’, linksboven Uncle David Forbes, foto Kadir van Lohuizen
Een mooi stuk van Andrea Dijkstra in Het Parool van 3 oktober 2015 voerde me terug naar Amsterdam, Zuid-Afrika. In 1996 schreef ik een kroniek over dit dorp aan de grens van Swaziland. Zingende Pijnbomen, een kroniek van Amsterdam, Zuid-Afrika verscheen bij Uitgeverij Jan Mets en is vast nog wel in de ramsj verkrijgbaar.
Het is zover: de boekpresentatie van ‘Homoseksualiteit in Afrika – Een gevaarlijke liefde!’
Datum: dinsdag 3 november 2015, 17.00 uur
Locatie: bij Framer Framed in de galerie van de Tolhuistuin, Buiksloterweg 5C, 1031 CC Amsterdam (achter het Centraal Station met de pont naar de overkant en naar links lopen; automobilisten kunnen parkeren achter Filmmuseum Eye).
Een journalistiek verslag van een adembenemende, en vaak heftige, strijd voor gelijkwaardigheid. Een verhaal van actie en reactie, gas en tegengas, van schuivende panelen op een snel veranderend continent. Hoe zit het echt? Waar komt de afkeer van homoseksualiteit vandaan? Welke rol spelen religieuze fundamentalisten? Helpt westerse bemoeienis of juist niet? Is Afrika anders of is Afrika ook zo?
“Dit boek gaat over veel meer dan rechten voor homoseksuelen. Het gaat vooral over vrijheid en laat zien hoe er uit naam van een geïmporteerde christelijke God en mythologische volkscultuur met begrippen als identiteit en traditie wordt gesjoemeld. Luirink en Maurick leggen de Angst bloot. Niet alleen in Afrika maar bij allen die bang zijn voor de vele veranderingen die de onvermijdelijke mondialisering op ons loslaat. Dit verslag van Afrika’s nieuwe bevrijdingsstrijd is dan ook een spiegelboek en een must voor alle lezers die de geest lenig willen houden” (Adriaan van Dis).
Wilt u erbij zijn? Stuur dan een mail naar bart@zammagazine.com en zet ‘boekpresentatie’ in de onderwerp-lijn.
Wat is toch dat ‘foute regime’ waarin het in berichtgeving over de vader Márcia en Cláucio steeds gaat? Inmiddels is aangekondigd dat beide jongeren in Nederland mogen blijven. Of dat voor de vader ook geldt, is nog de vraag. Hem werd ooit een verblijfsstatus geweigerd omdat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Dat is een vermoeden want bewijs is tot op heden niet gevonden.
Ik voel de opkomst van een nieuwe rage: Nederlanders die in Afrika een ngo opzetten met de volgende boodschap: ‘Wij, Afrikanen’ moeten vooral niet naar Europa willen. Want Europa is niks en vreemdelingen zijn er steeds minder welkom. Bovendien hebben ‘wij’, aldus de Nederlanders, een verantwoordelijkheid om ‘ons’ eigen land op te bouwen. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Of beter: ‘ik blijf zitten waar ik zit en verroer me niet’. Zeggen wij, namens hen. Of, liever, zij, namens ons. Continue reading →
Je denkt de minister spreekt en je verwacht toch iets van een visie. Call me naive. Maar het gesprek met Liliane Ploumen in de eerste Buitenhof van het seizoen was tenenkrommend, een leerstuk in onbenulligheid. Een minister die handelt in hulpeloosheid.
Een kop met het N-woord in de boekenbijlage van NRC Handelsblad heeft een storm van kritiek ontketend. Niet alleen van Amerikaanse kant. Overigens was de illustratie bij het artikel al even tenenkrommend, een variant op het huilende Romajongetje maar dan met dikke lippen en kroeshaar. Geheel naar Sjimmie, het vriendje van Sjors en zijn rebellenclub.