De propagandamachine van Pretoria

selling apartheid

Vele honderden miljoenen dollars spendeerde het blanke Zuid-Afrikaanse minderheidsbewind aan internationale apartheidspropaganda. Het had nauwelijks succes. Ook het inhuren van zwarte Amerikanen voor de campagnes die meer begrip voor de blanke superioriteitswaan moesten kweken, haalde weinig uit.

Met rode oortjes las ik onlangs Selling Apartheid, South Africa’s Global Propaganda War. Ik heb er in de loop der jaren natuurlijk wel het een en ander van meegekregen maar toch laat die parade van hele en halve oplichters die zich voor het karretje van Pretoria lieten spannen zich lezen als een meeslepende schelmenroman. Het feit dat je de uitkomst al weet, maakt het leesvoer des te pikanter. Wat een inspanningen om niets!

De auteur, New York Times correspondent Ron Nixon, schreef een uiterst leesbare handleiding voor een ieder die zijn brood wil verdienen met het uitdragen van een onverkoopbaar verhaal. De terugblik op de Zuid-Afrikaanse propagandamachine bewijst hoe lucratief dat kan zijn. Ook als je er niets mee bereikt.

Op de leestafel voor de kamer van de directeur op mijn middelbare school lag begin jaren zeventig elke maand de nieuwste editie van de Zuid-Afrikaanse Panorama, een glossy vol adembenemende vergezichten, stralend wild en gelukkige zwarten. Mijn eerste aksie richtte zich op dat blad dat ik telkens weer in mijn schooltas stopte en thuis op de stapel oude kranten deponeerde. Nixon bevestigt in zijn boek dat het tijdschrift inderdaad werd gefinancierd uit de propaganda-pot van Pretoria. In alles paste deze uitgave in een strategie om de strijd aan te gaan met het ‘misverstand’ dat de Zuid-Afrikaanse zwarten heel naar werden behandeld. Apartheid bestond helemaal niet! Zo brak de Panorama met een eerdere benadering waarin de apartheid juist werd opgevoerd als het beste dat de zwarte meerderheid ooit was overkomen. Nadat beide strategieën niets uithaalden, kwam er een nieuw konijn uit de hoge hoed. Apartheid vond je in de hele wereld dus kijk naar je eigen. De Nederlandse publicist Willem Oltmans was van deze jij-bak een al dan niet door het apartheidsregime gesponsorde megafoon. En toen ook dat niets uithaalde, zette Pretoria een slotakkoord in: de apartheid moest worden afgeschaft, ab-so-luut, en anticiperend op de dag die je wist dat zou komen, werd de wereld opgeroepen de druk op het regime vast te staken. Want daarvan waren alleen de zwarten de dupe. Nixon heeft op basis van uitgebreid bronnenonderzoek vastgesteld dat voormalig president De Klerk nog tot 1992 – dus twee jaar na de legalisering van het ANC en de vrijlating van Mandela – doorging met het stieken van obscure lobbygroepjes en frontorganisaties als de International Freedom Foundation en de Association for Cooperation and Development in Southern Africa.

Ontelbaar veel zwarte Amerikanen droegen in de loop der jaren bij aan het succes van de solidariteitsbeweging tegen de apartheid. Harry Belafonte, Jesse Jackson, Paul Robeson, Whoopie Goldberg – ze waren veelvuldig van de partij tijdens demonstraties en benefiets. David Remnick beschrijft in zijn weergaloze biografie van Barack Obama uitgebreid hoezeer de antiapartheidsbeweging aan de politieke coming of age van de toekomstige Amerikaanse president bijdroeg. (Met Bernie Sanders treedt nu opnieuw een kandidaat naar voren voor wie het engagement met de solidariteitsbeweging in hoge mate bepalend is geweest voor zijn politieke loopbaan ).

Nixon echter, zelf African-American, legt in zijn boek de vinger op een zere plek: de collaboratie van een toch vrij aanzienlijk aantal zwarte Amerikanen met de apartheidspolitiek. Jarenlang vond Pretoria mensen bereid om tegen aanzienlijke honoraria de loftrompet te steken op een failliete politiek. De apartheidsmachthebbers vielen doorgaans snel voor de humbug van de lobbyisten die dweepten met invloed en een achterban die uiteindelijk weinig voorstelde. De zwarte propagandisten voelden zich aangetrokken tot het virulente anticommunisme waarmee Pretoria de onderdrukking legitimeerde. Een van de propagandisten was Robert Brown, een naam die in het najaar van 1987 nog enige weken door de burelen van de Nederlandse antiapartheidsbeweging gonsde. Hij stond op een foto, gemaakt in Soweto, naast Winnie Mandela en de Nederlandse vrijwilligster die namens de beweging ruim honderdduizend verjaardags-groeten aan Nelson Mandela afleverde. Niet lang erna meldde een Zuid-Afrikaanse krant dat Brown, republikein en sanction buster, van Winnie het exclusieve gebruik van de Mandela naam had verworven. Opnieuw een teken dat Winnie geen gelukkige hand had bij het kiezen van bondgenoten. Gealarmeerd door het krantenbericht liet Nelson vanuit de gevangenis en via zijn advocaat weten dat hiervan geen sprake kon zijn.

Selling Apartheid, Ron Nixon, 2015, is uitgegeven door Jacana Publishers, Johannesburg

Een gedachte over “De propagandamachine van Pretoria”

Reacties zijn gesloten.