Misschien komt het wel door de dood van Miep Gies, de vrouw die de dagboeken van Anne Frank redde, dat ik een buitenproportionele woede voel opkomen bij de laatste angsthazerij van de Duitse voetbalbond. De fuhrer van die club Reinhard Rauball voerde jarenlang campagne tegen de Zuid-Afrikaanse kandidatuur, en hield nog vol na de verkiezing tot gastland voor de WK 2010. Na de aanslag in Angola ziet hij opnieuw zijn kans schoon. ‘We moeten bespreken hoe we veiligheidsissues onder controle krijgen. We kunnen niet simpelweg volstaan met de mededeling dat Zuid-Afrika iets anders is dan Angola’, aldus Rauball.
Waarop Danny Jordaan, de baas van het lokale organiserend comite vandaag terugsloeg met de vraag waarom niemand twijfelde aan het Duitse vermogen om gastheer te zijn toen de bommen op Kosovo vielen?
En zo trok Jordaan in de afgelopen dagen de ene na de andere doeltreffende vergelijking. En doel treffen, daar gaat het om bij voetbal.
Ik zou tegen Rauball willen zeggen: als je niet wilt komen, blijf dan weg.
moderne afrikaanse kookkunst
Vandaag gaan culinair journalste Ingmar Niezen en fotograaf Sean Fitzpatrick op reis voor de productie van een kookboek over de moderne Afrikaanse keuken. Werktitel: Who’s the next house in which we will drink beer. Volg de voorbereidingen op hun blog: http://www.newafricancookbook.blogspot.com/
Vanaf de voorjaarseditie volgt ZAM de ontwikkeling van het boek in tekst en beeld.
cabinda

De notulen van de National Security Council Meeting van 27 juni 1975 melden dat ‘het aanmoedigen van de disintegratie van Angola’ het doel is van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Reden: de grote oliebelangen in de enclave Cabinda. Ook melden de notulen dat acties van de CIA om geld en wapens richting rebellen te kanaliseren inmiddels geautoriseerdzijn. Toenmalig Minister van Defensie was James Schlesinger. Toenmalig Minister van Buitenlandse Zaken: Henry Kissinger.
Vandaar dus. Het is natuurlijk wat kort door de bocht om de Amerikanen nu de verantwoordelijkheid voor een aanslag op een bus met Togolese voetballers in de schoenen te schuiven. In een poging net te doen alsof er niets aan de hand is, plande de Angolese regering wedstrijden in de enclave, waar de rebellen – dat weten we nu dus weer – nog steeds actief zijn. En het Togolese team had natuurlijk nooit met de bus naar de hoofdstad van Cabinda moeten afreizen.
Maar dat de sluipende rebellie een relict is uit de tijd van de Koude Oorlog, en een strijd om de olierijkdommen… dat wou ik toch even gezegd hebben.
Op zoek naar een plaatje bij deze kleine vertelling vond ik een prachtige postzegel uit de tijd van het Portugese kolonialisme. Cabinda is het stipje linksboven aan de kust.
south african art now

Bovenstaande portretten maken deel uit van een project dat de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Gavin Younge in augustus 1976 uitvoerde. Links Marlene Dumas, rechts Gavin younge. Drie maanden nadat de politie in Soweto honderden demonstrerende scholieren doodschoot. De werken staan in South African Art Now, een overzicht van Zuid-Afrikaanse kunst tussen 1960 en 2000 dat Sue Williamson samenstelde. Het loodzware boek bevat honderden werken, naast Dumas en Younge ook Mustafa Maluka, Moshekwa Langa, Zanele Muholi, William Kentridge en zoveel anderen met wier werk ik in de afgelopen jaren kon kennismaken. Opmerkelijk is het nagenoeg volledig ontbreken van zwart-wit verhoudingen in de werken. Blijkbaar begrijpen Zuid-Afrikaanse kunstenaars de regenboognatie niet als een platitude van elkaar lieflijk bejegende kleurverschillen. Juist de zoektocht naar een eigen identiteit, en soms het commentaar op de ander, valt op. Het boek is uitgekomen bij HarperCollins.
hoed
Mogen er Duitsers bij de dodenherdenking? Wie zo’n discussie in Johannesburg probeert te volgen, wordt het al gauw zwaar te moede. De vergevingsgezindheid van zwarte Zuid-Afrikanen wordt nogal eens aangedikt en geromantiseerd, maar in vergelijking met het Nederlandse voornemen om 65 jaar na de oorlog mensen te weren die een kind of een kleinkind zijn van iemand die destijds bij de vijand hoorde, of misschien wel bij het verzet, of misschien nergens bij… ik weet het niet.
In de jaren tachtig bezocht ik de dodenherdenking aan de Amstelveenseweg. Kort voordat de twee minuten stilte aanbraken, schreeuwde een man: ‘Zet die hoed af!’, waarna iemand snel en geschrokken zijn hoofddeksel afnam.
Ik heb mij daar vervolgens twee minuten enorm kwaad over staan maken. Hadden we daarvoor gevochten, nu ja, hadden de generaties voor mij daarvoor gevochten? Wat een intolerantie! Wat een armoedige demonstratie van doorgeschoten normbesef.
Na twee minuten realiseerde ik me dat ik aan van alles had gedacht behalve aan de doden van de Tweede Wereldoorlog.
Dat zou me naast een Duitser denk ik niet gebeurd zijn.
amerikaanse anti-homomissie in uganda
04uganda.html
De Oost-Afrikacorrespondent van de New York Times schreef een belangwekkend artikel over de rol van Amerikaanse evangelisten bij het aanwakkeren van de homohaat in Uganda, klik op de link.
nieuw boekestijntje
Fijn dat Arend Jan Boekestijn ons ook na zijn vertrek uit de Kamer af en toe met enormiteiten blijft verrassen. Zoals vanmorgen in een opiniestuk in de Volkskrant: ‘Wees humaan, bezuinig op de derde wereld.’ Er schuilt iets pervers in een discussie over de ontwikkelingshulp in het kader van een bezuinigingsoperatie die is afgedwongen door het schurkengedrag van westerse banken. Met permissie: bijvoorbeeld van partijgenoten van Boekestijn die deel uitmaakten van de leiding van de VSB bank. Maar eigenlijk ben ik het in een aantal opzichten wel met Boekestijn eens: het bedrijfsleven moet een belangrijke rol spelen in het vlottrekken van Afrikaanse economieen, belastinginning geeft burgers invloed op het bestuur (en door hulp voelen sommige regeringen geen prikkels tot het opzetten van een effectief belastingsysteem). Ik weet ook niet of die 0,7% nu zo verschrikkelijk heilig moet zijn. Liever zag ik een progressieve agenda waarop de hulp zich baseert. Dan bepaalt de inhoud ook mede de omvang van de hulp.
Maar Boekestijn’s uitsmijter is tenenkrommend. Ik citeer: ‘Kortom, als we werkelijk de allerarmsten willen helpen, dienen wij ons op de private sector te richten. Daar komt werkelijk duurzame groei tot stand. En daar zal uiteindelijk een middenklasse opstaan die goed bestuur gaat afdwingen.’
Een middenklasse die goed bestuur afdwingt? Veel van de huidige problemen waarvoor Afrikaanse landen zich geplaatst zien is veroorzaakt door de ‘sociale aanpassingsprogramma’ tot wier uitvoering grote donoren als de Wereldbank en het IMF in de jaren negentig dwongen. Die programma’s waren gericht op drastische verlaging van de overheidsuitgaven en het terugdringen van de bureaucratie. Afbraak van onderwijs en gezondheidszorg zijn het directe resultaat van deze programma’s. Ook de bureaucratie is teruggedrongen maar, in veel landen, vervangen door een corrupte kliek. Er is in veel landen een middenklasse opgekomen die, vaak hand in hand met die kliek, aan zelfverrijking hevige impulsen geeft. Soms in nauwe samenwerking met de georganiseerde misdaad, zoals de Camerounese wetenschapper Basile Ndjio vaststelde.
Natuurlijk moet de middenklasse groeien, al was het alleen maar omdat de leden van die klasse zelf de armoede overwinnen, hun families daarvan vaak meeprofiteren en de binnenlandse markt groeit. Maar de les van aanpassingsprogramma’s is dat ze niet vanzelf de onderkant meetrekken, een brug slaan naar de allerarmsten en hen de economie inhalen. Integendeel, de afstand tussen rijk en arm is in het afgelopen decennium in Afrika gegroeid. Ook zie ik de kwaliteit van het bestuur niet verbeteren onder invloed van de middenklasse.
Stop met het herhalen van die versleten axioma’s, Arend Jan, en doe je huiswerk. Je hebt er tijd genoeg voor.
ik vertrek

De TROS-serie Ik Vertrek is zonder twijfel een van de beste programma’s op de Nederlandse televisie. Ik dank de Wereldomroep dat ze het programma doorseint naar uitgevlogenen zoals ik.
Als Ik Vertrek representatief is voor het succes van emigrerende landgenoten in den vreemde dan weten we nu dat de overgrote meerderheid het niet redt. In de afgelopen jaren heeft Ik Vertrek mensen geportretteerd die nog nooit gekookt hadden maar wel een restaurant begonnen in een land waar ze de weg niet wisten, de taal niet spraken en een troosteloze locatie kozen waar vrijwel niemand zich ooit waagde. Het dolle enthousiasme voor vertrek en het niet afhoudende geweeklaag over de ‘regeltjes’ waarvoor men vlucht slaat, staan in schril contrast met de drama’s die zich al snel na aankomst in Kroatie, Portugal of Zuid-Afrika ontwikkelen. Menig gelukzoeker komt er al snel achter dat in het verkozen paradijs ook regeltjes gelden, en dat je je daar aan moet houden.
Ik heb mensen gezien die op licht verontwaardigde toon zeurden over het feit dat Spanjaarden Spaans spreken. In een van de afleveringen begaf een huwelijk het; alleen al voor de slotscene waarin de vrouw, die in een ver land had uitgevonden dat ze met haar man geen gesprek kon voeren (en met de lokale Don Juan wel), haar ex uitzwaait op het vliegveld met een simpel ‘Doei’ verdient Ik Vertrek de Nipkowschijf. Maar als de jury nog niet overtuigd is, kan ook gekeken worden naar de twee zakenpartners die Kroatie veroveren. Na een eindeloze stoet aan tegenslagen, gebruiken ze hun eerste vrije avond om ‘met de lokale cultuur’ kennis te maken’. Dan zien we twee paal dansende meisjes in een strandtent…
Gisteravond werd een aflevering herhaald waarvan ik al eerder een flits had gezien. Een echtpaar met drie kinderen plus oma vestigen zich in Limpopo, de noordelijkste provincie van Zuid-Afrika. Ze hebben het land twee keer een week verkend en weten zeker dat hier hun toekomst ligt. Aangekomen gaan ze op zoek naar een boerderij plus landgoed en vinden deze in Limpopo. Ze kunnen het bedrag niet betalen maar gelukkig is de eigenaresse bereid om het voor minder dan de helft te verkopen. Ze heeft keelkanker en moet het ziekenhuis betalen. Citaat van de vader: ‘Dan pak ik mijn voordeel.’
Rat, denk je.
Ouders, kinderen en de opoe van 81 verkennen de omgeving en ontdekken dan de ‘zwartjes.’ Citaat van de moeder: ‘Hier kun je dus beter niet stoppen.’
En zo gaat het door. Vader legt ‘zijn’ zwarte arbeider uit dat hij van 7 uur ’s ochtends tot 5 uur ’s middags werkt, en op zaterdag tot 1 uur. Salaris: 107 euro per maand. Als hij zijn best doet, gaat zijn salaris een beetje omhoog.
Moeder tikt de ‘meid’, in een dienstbodenkostuum uit 1930, op de vingers: als ze nog eens een koekje uit de trommel neemt, is ze op staande voet ontslagen.
Bij elke aankoop wordt afgedongen. Voor sinaasappels, die hier 15 eurocent per stuk kosten, wil moeder een derde minder betalen. Het is niet om het afdingen. Deze mensen denken bij elke aankoop dat ze opgelicht worden.
Ik werd naarmate de uitzending voortging steeds kwaaier. Ik voelde een drang opkomen om naar Limpopo te rijden en iedereen op straat aan te spreken en te zeggen: ‘Ons is nie almal so.’ Ik wenste de familie een doodsekader toe. Guantanamo Bay schoot door mijn hoofd, dat staat binnenkort toch leeg.
Maar de zoete wraak kwam van ver. De geportretteerden lieten een beveiligingsbedrijfje in Nederland achter, gerund door mensen ‘die we altijd vertrouwd hebben.’ Van de winst had deze familie een bestaan in Zuid-Afrika willen opbouwen. Maar het bedrijf had opdrachten verloren en er waren torenhoge schulden gemaakt. Jury van de Nipkowschijf: kijk ook even naar de scene waarin deze mensen met hun Zuid-Afrikaanse advocaat overleggen over de verkoop van hun Nederlandse bedrijf, inclusief schulden, voor 1 euro.
Van het voornemen om een bed&breakfast te beginnen is nu afgezien. Zonder noemenswaardige kennis van zaken storten deze mensen zich nu op het runnen van een kippenfokkerij. Pa rekent uit dat ze er duizend per week moeten verkopen (5 Rand winst per kip) om in Zuid-Afrika een lekker leventje te leiden. En dan komt oma nog even in beeld. Die is diepongelukkig. Haar oudste zus is overleden in haar afwezigheid en ze mist haar jongste zus. Ik denk dat ze nu wel terug is in Nederland. En de rest volgt snel, daar durf ik wel wat om te verwedden.
mobutu en vervat
De krant meldt dat de Rotterdamse wethouder Vervat zijn salaris aan een goed doel schenkt. Eerst denk je mooi, dan denk je Mobutu. Nee, niet vanwege het graaien, dat was het primaat van de vroegere Congolese leider. Maar wel als het gaat om het petit cadeau dat Mobutu graag voor het oog van de camera door het omlaaggeschoven autoraampje aan zijn hongerige achterban uitreikte. Een vuistvol munten of een stapeltje bankbiljetten. Dat Vervat zijn salaris nu in een Rotterdams fonds voor noodlijdenden stort is mooi, maar waarom moet dat aan de grote klok worden gehangen? Verkiezingstijd?
leestip: over dambisa moyo
Content.aspx?id=89891
Interessante analyse door Adekeye Adebajo, directeur van het Centre for Conflict Resolution in Kaapstad, van Dambisa Moyo’s boek ‘Dead Aid.’