
Onlangs was Ivo Niehe bij Dominique Lapierre te gast. Deze Franse schrijver verkocht inmiddels dertig miljoen boeken. Toegegeven, de allerlaagste gevoelens van jaloezie hebben zich van mij meester gemaakt.
Maar Lapierre is een aardige man die de helft van wat hij verdient aan klinieken in India uitgeeft. Binnenkort verschijnt van zijn hand De Nacht van de Regenboog, een geschiedenis van Zuid-Afrika, in Nederlandse vertaling. Ook een deel van de opbrengsten van dit boek vloeit naar goede werken. In Kaapstad nu.
Toch houd ik mijn hart vast. In het gesprek met Niehe meldde de schrijver trots dat hij ontdekte dat er in het Zuid-Afrika van de apartheid een gif werd ontwikkeld waarmee zwarten konden worden uitgeroeid. Dat is kletspraat. De toenmalige machthebbers hadden er geen enkel belang bij om de zwarten uit te roeien, die deden immers het werk. Er werden natuurlijk wel giffen geproduceerd, maar die hielden geen rekening met huidskleur. Wouter Basson, de gifmenger waarnaar Lapierre verwijst, heeft overigens wel geexperimenteerd met stoffen die blanken in zwarten konden omtoveren. Dat maakte infiltratie in de zwarte gemeenschap, en dus de jacht op het verzet, zoveel makkelijker…
In hetzelfde gesprek komt ook de hartchirurg Chris Barnard ter sprake. Daarover meldt Lapierre dat die bij zijn tweede operatie een zwart hart in een blank lichaam transplanteerde. Hij vertelt dit verhaal met verve – een grote verdienste – alsof hij het met de allergrootste moeite aan de vergetelheid heeft weten te ontrukken.
Maar het is al in heel veel boeken opgetekend.

