joost divendal (1955-2010)


Het nieuws van Joost Divendal’s dood, gisteren, eerst per sms, toen in de digitale NRC, trof me ongenadig. In de uren die volgden kwamen de herinneringen met een kracht van twaalf op de schaal van Richter.
Het was 1986 en Joost had een idee. Hij meldde zich bij Conny Braam, die vervolgens mij erbij riep. In de hoogtijdagen van de repressie in Zuid-Afrika wilde Joost een internationale ontmoeting organiseren en daarvoor zeker tweehonderd Zuid-Afrikaanse kunstenaars en culturele werkers uitnodigen. Voor het eerst zouden vakbroeders en zusters, die in het apartheidsland zelf leefden of in ballingschap gedreven waren weer met elkaar herenigd worden. Voor twee weken. Ze zouden deelnemen aan een conferentie die de rol van kunst en cultuur in het nieuwe Zuid-Afrika zou bespreken, en exposeren, optreden, spreken en dansen in tientallen Amsterdamse artistieke tempels.
Zo ontstond CASA, Culture in Another South-Africa.
Conny en ik waren gelijk enthousiast. Het was een wild plan, er was een enorme hoeveelheid geld mee gemoeid, het zou de organisatorische capaciteit van de Anti Apartheids Beweging verre overtreffen. Ook aan het nut werd door een enkele medestrijder getwijfeld. Wat was er zo urgent aan de door Joost voorgestelde discussie over culturele boycot en, vooral, het bouwen van alternatieve relaties met het nieuwe Zuid-Afrika? Konden we dan niet net zo goed tweehonderd eskimo’s uitnodigen voor een beraad over iglobouw, vroeg iemand smalend.

Onder indruk van het geweldige enthousiasme waarmee Joost dit karwei wilde klaren, drukten we het toch door.
Er kwam een stichting en een bestuur waarin Andree van Es, Hans Boswinkel, Jacques Wallage, Mies Bouhuys, Gerda Havertong en het CDA-kamerlid Beinema onmiddellijk zitting namen. De VVD-er Huub Jacobse nam, met honderden anderen plaats in een comite van aanbeveling. Er kwamen uiteindelijk driehonderd Zuid-Afrikanen. Een veelvoud van vrijwilligers verschafte de gasten onderdak, begeleidde ze op hun werkbezoeken, dronk met onze nieuwe vrienden, vrijde, danste, zong, vocht en bewonderde. Henri Faas, ook al zaliger nagedachtenis, speelde een sleutelrol bij de organisatie van een colloqium – een woord waar ik niet eerder van gehoord had – over de rol van de media in het nieuwe Zuid-Afrika. Essop Pahad, die het later tot minister in het kabinet van de president Mbeki zou schoppen, verontrustte de aanwezigen met een Stalinistisch pleidooi voor loyaliteit van de media aan de ANC-leiding. Ik mocht van Joost bij Wally Serote op bezoek, de ANC-dichter die in ballingschap in Londen woonde maar van Margareth Tatcher het Verenigd Koninkrijk niet uitmocht om aan CASA deel te nemen. Ik schreef een portret van Wally voor een krant die tijdens CASA verspreid werd. Een paar keer per jaar kom ik hem in Johannesburg weer tegen en halen we herinneringen op aan dat magnifieke evenement, dat mijn leven veranderde, en dat Wally alleen uit overlevering kent.

Twee weken in december 1987 riepen de trambestuurders als ze op het Leidseplein aankwamen: ‘CASA’.
William Kentridge, Marius Schoon en Johnnie Matshikiza, die beiden ons ook ontvallen zijn, Barbara Masekela, Nadine Gordimer, Breytenbach en Abdullah Ebrahim waren er, en Mac, de muzikant van de Genuines wier blote torso me al bij zijn eerste optreden totaal verrukte, waarop er nog meer gedronken werd … en Joost me de volgende dag streng toesprak. Van dit soort romantische besognes diende het kernteam zich deze weken te onthouden. Hij had gelijk.

Joost combineerde een ultieme gedrevenheid met een intense warmte en interesse in anderen. De film, die er van CASA werd gemaakt, en het boek dat erover verscheen, memoreren de betekenis van deze twee weken in december.

Toen ik vorig jaar een tentoonstelling van werk van de door apartheid doodseskaders vermoordde schilder en tekenaar Thami Mnyele in de Johannesburg Art Gallery bezocht, speelde die film op een van de monitoren. Op een leestafel lag een CASA boek, opengeslagen voor een geinteresseerde student die de teksten aandachtig doornam.
Dit moment was een monument voor Joost. Ik dacht: ‘Als ik in Amsterdam ben moet ik het hem vertellen’. We linkten nog met elkaar op Facebook, maar ik vergat hem over mijn kleine waarneming te informeren.


hulp aan malawi bevriezen

Vandaag zijn in Malawi twee homo’s tot veertien jaar gevangenisstraf veroordeeld. Nederland geeft, deels via Unicef, ontwikkelingshulp aan dit land. Onmiddellijk bevriezen, zou ik zeggen.

Dit schreef de Nederlandse ambassadeur in Zambia in Vice Versa online over de hulp van Nederland aan Malawi:

Het is niet zo, dat Malawi ‘een witte vlek op de landkaart van Nederlandse steun aan Afrika’ is, zoals u schrijft in de reportage ‘Sterfhuisconstructie’ (Vice Versa 4, 2007).
Nederland heeft voor de periode 2006 tot 2011 via UNICEF 116 miljoen euro beschikbaar gesteld voor een regionaal programma voor water en sanitaire voorzieningen, waarvan ruim 13 miljoen Nederlands geld voor Malawi is bestemd. Ook heeft Nederland via het Britse Department for International Development voor de periode 2002 tot maart 2008 ruim 29 miljoen euro voor Malawi ter beschikking gesteld voor een onderwijsprogramma. Het klopt dat de steun aan de gezondheidssector in Malawi, die jarenlang mede door de aanwezigheid van Nederlandse artsen werd vorm gegeven, is afgebouwd. De steun aan het opleidingscentrum van artsen is overgenomen door de Noren.

Eddy Middeldorp, Nederlands ambassadeur te Lusaka, Zambia


homo’s in de grondwet

D66, GroenLinks en PvdA wil dat in het eerste artikel van de Grondwet homo’s en gehandicapten expliciet genoemd worden in relatie tot het gelijkheidsbeginsel.
Hulde. En mooi dat Nederland Zuid-Afrika volgt dat in 1996 een grondwet aanvaardde die het recht op een vrije seksuele orientatie als eerste land ter wereld vastlegde.


is het ene weesje het andere niet?


Waarom is het ene weesje het andere niet? Nederland staat, terecht, op de achterste benen over het interview van De Telegraaf met Ruben, die de vliegramp overleefde. Maar waarom is er geen ophef als ouderloze Afrikaanse kinderen met aids en slachtoffers van honger of groepsverkrachting voor de westerse camera en microfoon worden getrokken?


one girlfriend, one boyfriend

Nadat jeugdleider Julius een paar weken zijn mond had gehouden – ik ging hem echt missen – heeft hij eind vorige week weer een toespraak gehouden. Voor de vrouwensectie van de jeugdbeweging van het ANC. Die ging over aids en over de campagne die zijn beweging daartegen voert. ‘One girlfriend, one boyfriend’ is het motto. Misschien een tikkeltje verwarrend want als ik al een boyfriend heb waarom moet ik dan ook nog een girlfriend? Maar de intenties zijn goed, en Julius Malema ageerde met passie tegen polygamie en vreemdgaan. Het heeft even geduurd maar in het Zuma-tijdperk spreken leiders geen tomeloze twijfel zaaiende toespraken meer uit.
Maar nu is er toch weer iets dat twijfel zaait aan Malema’s goede bedoelingen. Want inmiddels is hij uitgekeken op Zuma nadat deze hem een standje gaf, en lijkt de strijd tegen aids een ander, machtspolitiek doel te dienen. Want van ‘one girlfriend’ met de president niets weten.


taal der ingewijden

Marianne Vermeijden bespreekt in de NRC van gisteren drie boeken over Afrikaanse ‘Middle Art’ (tussen kunst en kitch) en hedendaagse kunst. Ze hekelt de Taal der Ingewijden aan de hand van Okwui Enwezor’s inleiding in zijn overzichtsboek over Afrikaanse kunst: ‘bol van het gruwelijke jargon waarmee ook nogal wat westerse kunsthistorici en kunstfilosofen de gelederen gesloten houden’
Kwam zelf ook een fraai staaltje hiervan tegen in The Chimurenga Chronicle, eenmalige handgeschreven krant die vorige week verscheen ter gelegenheid van SPace, currencies in contemporary art, ook weer zo’n verbale slag in de lucht, een expositie van Afrikaanse kunst die afgelopen dinsdag in Johannesburg opende. Achille Mbembe: ‘It is necessary to go beyond the traditional conception of civil society that has been narrowly derived from the history of capitalist democracies. On the one hand, the objective reality of social multiplicity must be acknowledged – multiplicity of identities, of allegiances, of autorities and norms – and, on this basis, new forms of mobilisation and leadership must be imagined’.
Ik zou zeggen: ‘In kapitalistische democratieen vormen belangengroepen het maatschappelijk middenveld. Dat is een nogal beperkt begrip. Je kunt je indenken dat juist uit de verscheidenheid aan identiteiten en loyaliteiten, autoriteiten en normen maatschappelijke beweging en leiderschap voortkomen.’
Of zoiets.
Citaten zijn natuurlijk altijd uit hun verband gerukt maar The Chimurenga Chronicle maakt het wel heel bont. Mbembe begint met ‘on the one hand’ maar wat er ’on the other hand’ speelt, blijft onvermeld.
Overigens kondigt The Chronicle aan op 11 mei 2011 een speciaal dagblad uit te brengen, een ode aan de krant, die in Zuid-Afrika, Nigeria, Kenia en andere landen als bijlage bij andere kranten verspreid zal worden.


congo: over de noodzaak van traagheid


Afgelopen zondag sprak Wim Brands in VPRO’s Boeken met David van Reybrouck. Van deze Belgische auteur verscheen onlangs Congo, een geschiedenis, een ruim 600 pagina’s dikke pil uitgegeven door De Bezige Bij.
Ik zou terstond naar Nederland willen vliegen en een exemplaar kopen (en dezelfde avond weer terugvliegen).

In het begin van het gesprek wees Van Reybrouck erop dat Congo met debouw van 1 stuwdam heel Afrika van electriciteit kan voorzien. Dat is de tragiek van dit arme schatrijke land.
Tegen het einde van het gesprek waarschuwde de schrijver voor grote infrastructurele projecten. Daar komt alleen maar corruptie van.
Corruptie, zei Van Reybrouck, is als een koffer op de snelweg. Iedereen ziet het gevaar ervan in maar niemand stopt om de koffer op te pakken uit angst het leven te verliezen.
Corruptie gaat dus door. Op alle niveaus, want het is een misverstand om te denken dat alleen machthebbers zich hieraan schuldig maken.

Ik ken wel collega’s die op de vraag wat er in Congo moet gebeuren troosteloos voor zich uit gaan staren om dan hoofdschuddend te verklaren dat het daar nooit wat wordt. Van Reybrouck echter had op deze vraag onmiddellijk een antwoord: ‘Langzaam de staat opbouwen’.
Van deze vier woorden staan er twee voor de doordachte visie van de auteur: staat omdat een functionerende overheid de voorwaarde is voor herstel (daar zouden de volgelingen van de Tea Party en Mark Rutte goed over moeten nadenken), en langzaam. Deze oproep tot trage verandering heeft alles te maken met Van Rybrouck’s analyse van het Congolese drama: op een veel te laat door de Belgen ingezet dekolonisatieproces volgde een veel te snelle onafhankelijkheid.


sheena duncan

Afgelopen week overleed Sheena Duncan, 77 jaar oud. Sheena volgde met een langdurig voorzitterschap van Black Sash in de voetsporen van haar moeder, Jean Sinclair, de deze organisatie van voornamelijk blanke, middle class dames tegen apartheid midden jaren vijftig oprichtte. Er is in de loop der jaren wel scepsis geuit over het relatieve gemak waarmee deze vrouwen zich tegen de apartheid keerden. Welk risico liepen ze eigenlijk?
Wat Sheena Duncan betreft: veel. De haat van de machthebbers die ze met haar activisme over zich afriep, was ongekend. In de jaren tachtig speelde ze een hoofdrol bij de vorming van de End Conscription Campaign. Juist de impact van deze beweging, die blanke jongens opriep om dienst te weigeren, trof het racistische machtsapparaat in zijn hart. Uiteindelijk is het onvermogen van het apartheidsregime om de blanke boel bij elkaar te houden een belangrijke factor geweest bij de vernietiging van zo’n onmenselijk systeem. Daarom verdient Sheena Duncan een standbeeld.


kanttekeningen op zaterdag


I
Donderdag poseerde Nelson Mandela met de WK trofee. Ik hoorde dat een horde FIFA zich bij het kantoor van de oude baas meldde, begeleid door vier zwaar bewapende veiligheidswachten. AK 47 in de aanslag. Na alle onzinnige voorspellingen van een raciale oorlog, groepsverkrachtingen en toeristenbuskapingen die ons te wachten staan, is het mooi te ontdekken dat de autoriteiten maar voor 1 ding echt bang lijken te zijn: dat de trofee gestolen wordt.

II
Wat een vilein commentaar van Tutu. In een interview met een Amerikaanse krant verzuchtte de aartsbisschop dat hij blij is dat Mandela zich veel van wat er vandaag mis is in zijn land niet bewust is. Mijn bronnen zeggen dat Mandela nog elke dag alle kranten leest.

III
Verwarrend toespraak van Julius Malema, gisteren na een lange radiostilte. Je zou het er zo maar mee eens zijn. “As men we have a responsibility to ensure that the rights of women are protected, and find a correct balance between expressing our cultural rights and respect for women in South Africa. (…) It can never be permanently correct that men are forever at liberty to have many sexual partners, when women are demonised for engaging such practices.” De ANC-jeugdleider als feminist. Omdat hem dat goed uitkomt in zijn strijd met Zuma. Vorig jaar verklaarde Malema nog dat de vrouw die Zuma van verkrachting beschuldigd had nooit verkracht kon zijn omdat ze ’s morgens om taxigeld had gevraagd. Ook Thabo Mbeki was plus feminist que la feministe als hem dat goed uitkwam.


dominique lapierre en de geschiedenis van zuid-afrika


Onlangs was Ivo Niehe bij Dominique Lapierre te gast. Deze Franse schrijver verkocht inmiddels dertig miljoen boeken. Toegegeven, de allerlaagste gevoelens van jaloezie hebben zich van mij meester gemaakt.
Maar Lapierre is een aardige man die de helft van wat hij verdient aan klinieken in India uitgeeft. Binnenkort verschijnt van zijn hand De Nacht van de Regenboog, een geschiedenis van Zuid-Afrika, in Nederlandse vertaling. Ook een deel van de opbrengsten van dit boek vloeit naar goede werken. In Kaapstad nu.

Toch houd ik mijn hart vast. In het gesprek met Niehe meldde de schrijver trots dat hij ontdekte dat er in het Zuid-Afrika van de apartheid een gif werd ontwikkeld waarmee zwarten konden worden uitgeroeid. Dat is kletspraat. De toenmalige machthebbers hadden er geen enkel belang bij om de zwarten uit te roeien, die deden immers het werk. Er werden natuurlijk wel giffen geproduceerd, maar die hielden geen rekening met huidskleur. Wouter Basson, de gifmenger waarnaar Lapierre verwijst, heeft overigens wel geexperimenteerd met stoffen die blanken in zwarten konden omtoveren. Dat maakte infiltratie in de zwarte gemeenschap, en dus de jacht op het verzet, zoveel makkelijker…
In hetzelfde gesprek komt ook de hartchirurg Chris Barnard ter sprake. Daarover meldt Lapierre dat die bij zijn tweede operatie een zwart hart in een blank lichaam transplanteerde. Hij vertelt dit verhaal met verve – een grote verdienste – alsof hij het met de allergrootste moeite aan de vergetelheid heeft weten te ontrukken.
Maar het is al in heel veel boeken opgetekend.