reacties op niehaus

Eenzaamheid bekruipt mij als ik je brief aan Carl, en ook wat over Carl, lees. Ik dacht: het nadeel van die domineeskinders is dat ze vaak zo onbuigzaam zijn. Ik dacht: het voordeel van die domineeskinders is dat ze niet te corrrumperen zijn. Bijna niet, dus. Ook ik heb Carl hoog, heel hoog zitten. Moet dit me dan ook ontvallen? Ik vind het mooi dat je hem uitnodigt een weg terug in te slaan, terug naar het niveau waar hij hoort. Ik kan alleen jouw optimisme even niet delen. Weer is gebleken dat apartheid ontmenselijkt, onteert. Weer heeft het venijn toegeslagen. Ik oordeel niet. Maar ik huil.
Fulco van Aurich

Ik vermoed dat het gedragspatroon van Niehuis veroorzaakt is door een psychiatrische mis-diagnose en mis-voorschrijving van psychotrope medicatie (waarschijnlijk SSRIs)rond de tijd van zijn scheiding. Ik heb dit vaker gezien bij mensen met enige macht en/of aanzien die toegang hebben tot medische professionals zonder voldoende kennis van zaken en/of ethies besef. Hogere ambtenaren en politici (Mugabe?) niet uitgezondered.
Het slachtoffer leeft los van de werkelijkheid, in eigen wereld, en heeft echt en eerlijk contact met de mensen in zijn/haar omgeving niet meer nodig vanwege de chemische vervanging van het natuurlijke gevoel van welzijn.
Afhankeijk van de mate van macht die zij over hun omgeving hebben kan de situatie tot in lengte der dagen doorgaan (Mugabe?)of kunnen zij ten val komen in confrontatie met de alledaagse realiteit (CN).
Maar misschien heb ik het helemaal mis…
Robert

Mooi Bart… mooi… laat de compassie nooit varen opdat niemand echt eenzaam zal zijn
Misha


Carl Niehaus II

Met de dag neemt de compassie af, en de woede toe. Nu heeft de Universiteit van Utrecht bekendgemaakt dat je nooit een doctoraat theologie hebt behaald, zoals je beweerde. Volgens een reisagente in East-London boekte je zes jaar terug een reis naar Madagascar voor de hele familie maar is de rekening nooit betaald. Ze herinnert zich dat je uitvoerig melding maakte van de kanker waaraan je zei te lijden. Er wordt zelfs betwijfeld of het verkrachtingsverhaal, dat je vorig jaar per open brief aan je dochter opbiechtte, waar is.
Vanmorgen is een deel van de huisraad uit het paleis dat je bewoonde – niet eerder voelde de voorpaginafoto in de Zuid-Afrikaanse krant als een kanonschot dat op me werd afgevuurd – in beslag genomen. De huisbaas heeft bij de rechtbank om toestemming tot ontruiming gevraagd.
Om me heen vallen de namen van Charles Schwietert en Tara Oedaray Singh Varma. Maar het is erger, Carl, het is nog veel erger.
Zoek een therapeut, Carl. Adieu.


Een brief aan Carl Niehaus

Beste Carl,

Begin jaren negentig. Op de publieke tribune in de Tweede Kamer. In een debat over een voorgenomen bezoek van premier Lubbers aan Zuid-Afrika neemt het kamerlid Janmaat het woord. ‘Een racist’, fluistert mijn collega Fulco van Aurich tegen je. Je vraagt: ‘Nog een?’

Vandaag, 13 februari 2009. De krant meldt dat je gefraudeerd hebt. In een interview met de Mail & Guardian ben je in tranen uitgebarsten. Je geeft toe dat je handtekeningen hebt vervalst om een lening te krijgen. Je boekte een vakantiereis naar Zanzibar op kosten van de kerk waarvoor je werkte. Je regelde een vliegticket voor je ex-vrouw Linda Thango op kosten van de president. Je nam een helicopter van de ene vergadering naar een andere. Deloitte & Touche, de Rhema kerk, de provincie Gauteng, het presidentieel kantoor – overal maakte je schulden. Ook aan je huis aan de Prinsengracht dat je kocht toen je voor de notarissen werkte, kleeft een luchtje. Alleen over de jaren van je ambassadeursschap en daarvoor klinkt geen wanklank. Toen ging je nog met Jansie.

Voorjaar 1992. We dronken die avond in een cafe bij het Rembrandtsplein na een conferentie over het omroepbestel in het nieuwe Zuid-Afrika. Collega-journalist Mark Gevisser, die later een geniale biografie over de door jou zo gehate Thabo Mbeki zou schrijven, en Conny Braam waren er ook bij. Met verwondering sloeg je gade hoe Conny en ik De Glimlach van een Kind karaookten. Nadat Mark nadrukkelijk gegaapt had, gingen we uit elkaar. Toen je al uit het zicht verdwenen was, zei Mark: ‘Waar zijn hier de homocafe’s?’

‘Most of what you’ve confronted me with is true … I’ve made massive misstakes’, heb je nu tegenover de krant verklaard. Bij een foto waarop je met Linda te zien bent, meldt het onderschrift: ‘Carl Niehaus with ex(travagant?) wife Linda Thango.’ En hoewel je tranen aan een Amerikaanse televisiedominee doen denken, van wie net ontdekt is dat hij naar de hoeren is geweest, prijs ik je om het feit dat je de verleiding hebt weerstaan om alles in haar schoenen te schuiven. De krant bood je die gelegenheid en in de hoge eisen die Linda aan het publieke leven stelde, schuilt vermoed ik een belangrijke verklaring voor jouw ondergang. Maar als een vent neem je je verantwoordelijkheid. Mijn gevoel zit ingeklemd tussen boosheid en compassie.

Natuurlijk stond er, ergens in de gang van Luthuli House, het ANC hoofdkwartier, een anonieme bron klaar die met zekerheid weet te melden dat je graag groot en uitbundig leefde, en dat je hield van glamour. Na je scheiding van Jansie.

Met haar heb je me toen op een Zuid-Afrikaanse zomeravond in1991 afgezet bij het huisje van Simon, mijn toenmalige geliefde. Pas later hoorde ik dat jullie – jij, Jansie en Simon – in het begin van de jaren tachtig een huis hadden gedeeld – in de jaren dat er eenzame opsluiting stond op het samenwonen van zwarten en blanken. En jullie belandden ook in de gevangenis maar op nog ernstiger verdenking dan immoraliteit: landverraad. In drie verschillende gevangenissen, geheel geclassificeerd naar ras en sexe. Vorig jaar heb je in een brief aan je dochter voor het eerst durven vertellen wat je daar onder meer is overkomen. Een verkrachting door twintig mannen, de een na de ander. Dat Jansie in een verhoor gedwongen werd om voor een opname-apparaat Die Stem, het volkslied van Apartheid Zuid-Afrika te zingen en dat die tape in een andere cel voor jou werd afgespeeld, wist ik al uit je autobiografie. Het vormde de aanleiding voor je zelfmoordpoging. Het leven van een Zuid-Afrikaanse strijder voor democratie in een paar regels.

Wat bezielde je toch? Ik kan moeilijk geloven dat je simpelweg voor de verleiding gevallen bent. Carl, waar heeft jouw pijn in al die jaren die het nieuwe Zuid-Afrika nu al duurt een kuur gevonden? Of zit het nog steeds verborgen onder een strijdersharnas dat maar niet van je af wil vallen? Ik weet hoe moeilijk het was om van Jansie te scheiden. Na alles wat jullie samen doorstaan hadden was de verdorring van de liefde van weinig betekenis. Na de strijd hield dochter Helen, vernoemd naar Helen Joseph, jullie nog bij elkaar. Totdat het niet meer ging.

Daarna volgde de scheiding van het ANC. Mandela maakte plaats voor Mbeki. Mbeki zag voor jou geen plaats. ‘Je bent in het ANC tegenwoordig als blanke meer geliefd als je nu lid wordt dan als je dat in de jaren van de apartheid deed’, vertelde je me bitter. Waarna de omzwervingen begonnen van een ngo naar het bedrijfsleven naar een kerk en naar de overheid. En toen je alles gedaan had, werd je consultant. In ZAM hebben we enkele jaren terug nog een foto van je geplaatst waarvan je de ironie zelf totaal ontging. Je stond met de armen geheven achter de kansel van de Rhema kerk.
Daarvoor had je Linda al ontmoet. Misschien hield je van haar. Misschien wilde je in al je eenzaamheid nu echt de Rubincon oversteken en in het multiraciale universum belanden. Misschien vulde Linda de ruimte die Jansie en Mbeki hadden achtergelaten? Ben je ver boven je stand gaan leven uit angst opnieuw verlaten te worden? Waarom stond je toe dat ze je uitmolk? Omdat ze zwart was? Was er nog iets waar jij je als blanke schuldig over moest voelen?

In een cafe in de Reguliersdwarsstraat nam je in 1998 mijn boek Moffies, reportages over het homoleven in het zuiden van Afrika, in ontvangst. Je sprak als ambassadeur intense en gemeende woorden. Enkele dagen later dineerden de Zuid-Afrikaanse deelnemers aan de Gay Games in jouw ambtswoning. Simon was erbij, stierf een paar maanden later aan Aids. En Edwin Cameron, sinds begin dit jaar benoemd tot rechter in het Constitutionele Hof, die toen nog niet voor zijn hiv status durfde uit te komen. Peter Hermes, de toenmalig directeur van het Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika, vroeg aan jouw medewerker LeRoux hoe lang hij al op de ambassade werkte. LeRoux keek in het niets en zei: ‘Al vrij lang.’ Zo wisten we dat hij daar al werkte toen deze missiepost nog de gruwelen van de apartheidspolitiek verdedigde. Ook dat ambassadeurschap moet verschrikkelijk eenzaam zijn geweest.
Aan het einde van een genoegelijke avond kwamen Jansie en de net geboren Helen even gedag zeggen. Jansie had niet aangezeten, ze was niet het type van een ambassadeursvrouw.

Opeens vertrok je uit Nederland. Er was een ziekte die aan je beenmerg vrat. Sommigen vroegen zich af of dat werkelijk de reden voor je vertrek was.

Nu is dat zware en gecompliceerde leven even teruggebracht tot vijf letters: fraude. Het schijnt dat je ontslag genomen hebt als ANC-voorlichter. Kun je de weg terugvinden naar de bron? Weet je nog waar je verkeerd afsloeg? Ben je nog voldoende dominee om het betoonde schuldbesef het begin te laten zijn van een bevrijding, een katharsis? Mayibuye, Carl, come back.

Veel sterkte
bart


periodieke geruststeller II

Persbericht van de Nelson Mandela Foundation, maandag 9 januari 2009.

For Immediate release:

Statement from Achmat Dangor, Chief Executive of the Nelson Mandela Foundation:

“Contrary to current rumours, Mr. Mandela is well and is relaxing at home in Johannesburg.”


knevel

Andries Knevel is van zijn geloof gevallen. Nee, fout. Je kunt best in God geloven en niet in de Schepping. Nee, fout. Je kunt wel in de Schepping geloven maar betwijfelen of dat karwei wel in zes dagen geklaard is. En je kunt wel in onze lieve heer geloven en toch zeker weten dat gaskamers nooit bestaan hebben. Maar dat is weer een andere discussie.
Waarom denk ik maar steeds dat ik twee jaar terug al een interview las waarin Andries Knevel hetzelfde beweerde. Is het nu nieuws omdat hij er, voor zijn eigen omroep, ook nog een handtekening onder zette?
Maar zijn ‘bekentenis’ is net zoiets als de voorzitter van het COC die verklaart dat hij niet langer gelooft dat zijn seksuele voorkeur aangeboren is. Hoewel… ik ploeter me door honderden pagina’s transcripts van interviews die ik in de afgelopen twee jaar samen met collega Madeleine Maurick hield. In het gesprek met de filosoof Eusebius McKaiser, ondanks de achternaam niet uit Schotland of Duitsland, maar uit de Oostkaap, homo en zwart, komt de kwestie van natuurlijke aanleg ter sprake. In een poging tot zelfrechtvaardiging zeggen Afrikaanse homo’s dat ze zo geboren zijn. ‘Maar als ik geboren ben met vetzucht, hoeft ik toch niet bij MacDonalds te eten?’, vraagt McKaiser retorisch. Oftewel: als je het bent, hoeft je er toch niet naar te handelen. We zijn het erover eens: Afrikaanse homo’s moeten een sterker argument zoeken.
Ingewikkeld. Wel zo ingewikkeld dat alleen hier al uit blijkt dat God wel wat meer dagen nodig heeft gehad om de mensheid te scheppen. Waarmee ik niet wil beweren dat elke EO-er nu meteen homo is.


teringziekte

P. is hals over kop ingevlogen uit Nederland om zijn geliefde S. bij te staan in wat, zo lijkt het, zijn laatste dagen zijn. Bij S. werd nog maar enkele maanden terug vastgesteld dat hij seropositief was. Er was een degelijke voorraad afweer maar toch lijkt het noodlot toe te slaan. Ik tik deze regels op zonder precies te weten waarom. Mijn hart huilt al houdt de emotie zich na het zoveelste doodsbericht al enkele jaren verborgen. In een poging tot rationaliseren heb ik mijzelf herhaaldelijk wijs gemaakt meer onder de indruk te zijn van de wijze waarop de Afrikaanse samenleving zich te weer stelt, de scherven bijeenraapt, opvangt, nakijkt, vasthoudt. Maar het blijft een teringziekte.

David. Linda. Simon. Tietsi. Memory. Jacob. Bongani. Harrison. Philip. Peter. Peter. Peter. Raymond. Mpumi. En dan zijn er nog de zuster en de broer en de zwager en de moeder van. De dood had al een tijdje niet om de hoek gekeken. Misschien dat we door het aantreden van een nieuwe minister van gezondheidszorg, die wel goed bij haar hoofd is, en door het afzetten van een president wiens gewetenloze ontkenning honderdduizenden op een dwaalspoor heeft geduwd, even dachten dat het nu over was. Maar dat gaat dus niet zomaar.


‘Joods geld’


Foto: Hilda en Rusty Bernstein

De South African Jewish Board of Deputees heeft een officiele klacht ingediend bij de Mensenrechtencommissie tegen de staatssecretaris voor buitenlandse zaken, Fatima Hajaig. Deze zou half januari tijdens een solidariteitsmanifestatie met de Palestijnen hebben beweerd dat de VS en de meeste andere westerse landen in handen zijn van ‘Joods geld.’ Ook zei ze: ‘Zij maken de dienst uit, ongeacht welke regering er zit, of het nu Republikeinen zijn of Democraten, Barack Obama of George Bush.’
Deze onderminister zou natuurlijk op staande voet ontslagen moeten worden. Maar ik betrapte me er ook op dat ik na lezing van het nieuws over de aanklacht meteen dacht: ‘Mooi!’ En daar wordt het ingewikkeld want bij het nieuws over de vervolging van Geert Wilders, vorige week, dacht ik nu juist: ‘Moet dat nou?’

Overigens is met het bericht de interesse in de joodse gemeenschap in Zuid-Afrika weer flink opgelaaid. Tachtigduizend zielen in totaal, veelal aan het begin van de vorige eeuw uit Litouwen gekomen. Met Mandela stonden begin jaren zestig Rusty Bernstein, Dennis Goldberg en Arthur Goldreich terecht. De joodse Arthur Chaskalson was een van de verdedigers van deze vrijheidsstrijders. Joe Slovo voerde het ANC-leger aan. Fotograaf Eli Weinberg verbeeldde jarenlang de democratische strijd. Ray Alexander speelde een hoofdrol bij het op gang brengen van de vakbeweging in Zuid-Afrika, er waren zo veel meer dappere vrouwen zoals Rica Hodgson en Hilda Bernstein. De communist Joe Harmel, die een kritische geest met een sterke toewijding wist te combineren. Ronnie Kasrils nam deel aan Vula, een moedige ondergrondse verzetsactie. Helen Suzman was jarenlang een eenzame stem tegen apartheid in het minderheidsparlement.
Maar ook de openbaar aanklager, Percy Yutar, was joods. Volgens Mandela’s medebeklaagde Rusty Bernstein, die ik in het begin van de jaren negentig in Oxford interviewde, ‘a nasty little man’, een man die aan de apartheidsmachtshebbers de loyaliteit van de joodse gemeenschap wilde bewijzen. Mandela dronk tijdens zijn presidentschap een kopje thee met zijn vroegere beklager. ‘Let bygones be bygones’, heette het. Als het aan yutar gelegen had, hadden Mandela c.s. de doodstraf gekregen (al ontkende hij dat later). En zo was er jarenlang een joodse minister van financien en een lid van de Presidential Council die ook in de Board of Deputees zat. Collaboratie en verzet, met een brede middengroep die zweeg, misschien uit angst om opnieuw verjaagd te worden.
In het nieuwe Zuid-Afrika, en dankzij het nieuwe Zuid-Afrika, heeft de Jewish Board zich ontpopt tot een kritische stem voor democatie en als een van de meest uitgesproken ondersteuners van Israel. Volgens deskundigen is de joodse diasporagemeenschap in Zuid-Afrika de meest fanatieke als het om sympathie met Israel gaat. Hoe zou dat nu weer komen?
Ik stelde begin 1997 aan Joop van Tijn voor om over de Zuid-Afrikaanse joden een verhaal te maken. ‘Twee’, riep ie. ‘De eerste over degenen die voor het verzet tegen de apartheid kozen. Het tweede over hen die tegen de toenmalige machthebbers aankropen.’ Bij het weggaan voegde hij me toe: ‘Mooi die verhalen. Maar kijk je wel uit dat je er geen anti-semiet van wordt.’ Joop stierf later in dat jaar. De verhalen zijn er niet gekomen.



Moenie Worrall nie

Waarom breekt het klamme zweet me uit als ik in de Johannesburgse Business Day een beschouwing lees van de Zuid-Afrikaanse oud-politicus Dennis Worrall: scenario’s voor de overgang van Zimbabwe naar democratie.
Ik herinner me Worrall vaag van pogingen om in de jaren tachtig Zuid-Afrika op een democratisch spoor te krijgen. Ze liepen op niets uit. Althans, zijn pogingen.
In de krant presenteert Worrall een soort overgangscomite met deskundigen uit allerlei Afrikaanse landen. Zijn lijst maatregelen begint met het herstel van het recht op bezit. Bezit = land = grondstoffen (Worrall was ooit een van de directeuren van een Australische mijngigant). Ik zou zeggen: eerst het recht op terugkeer van landarbeiders naar land waarvan men verjaagd is. Worrall’s tweede punt is schadeloosstelling. Van wie? Van de zevenhonderdduizend mensen wier huis werd verpletterd waarna ze naar het platteland werden verjaagd? Ik vermoed dat Worrall een andere categorie op het oog heeft.. En wie moet de voormalige blanke boeren compenseren? De Wereldbank, waarvan Worrall een adviseur is?
De oud-politicus stelt voor om voor het voorzitterschap van het overgangscomite een gezaghebbende Afrikaan aan te trekken. Er schieten hem vier namen te binnen: Kofi Annan (de vroegere VN secretaris die naliet om zijn vredesmacht opdracht te geven om de Rwandese genocide te stoppen), Thabo Mbeki (zucht), F.W. de Klerk (ontving de Nobelprijs voor de vrede terwijl zijn generaals het zgn zwart-tegen-zwart geweld aanstookten) en Daniel Arap Moi. Wie? Ja die! Oud-dictator te Nairobi.

Zou zo’n stuk nou serious genomen worden?
Het vestigt wel de aandacht op een nog nagenoeg onzichtbare industrie die zich warmloopt voor een van de grootste (en lucratiefste) hersteloperaties uit de geschiedenis van Afrika. Arme Morgan Tsvangirai.