18 juni 2011 Paneldiscussie Afrikaanse steden

Op zaterdag 18 juni a.s. gaan Femke van Zeijl, journaliste en jurylid van Blueprints of Paradise, een wedstrijd voor Afrikaanse architecten, Antoni Folkers, architect, en Bart Luirink in gesprek over Afrikaanse steden. Het bgesprek, gevolgd door rondleiding, wordt georganiseerd door African Architecture Matters en vindt plaats in het Afrika Museum, Postweg 6 in Berg en Dal.

Over de inzendingen stelde jury in haar eindrapport: ‘Opvallend bij deze wedstrijd was dat de meeste inzenders, in plaats van gebouwen te ontwerpen, oplossingen bedachten voor de overvolle straten, markten en pleinen in Afrikaanse steden. De jury concludeerde dat deze oplossingen een bron van inspiratie kunnen zijn voor het ontwerp en de inrichting van westerse steden. Een verrassende conclusie, aangezien in het westen Afrikaanse steden vaak synoniem staan voor armoede en problemen.’

De bijeenkomst begint om 15.00 uur, toegang vijf euro. Bij deze bijeenkomst zal ook de zomereditie van ZAM magazine worden gepresenteerd.



hello goodbye

Dochter wacht op vader. Die woont na de dood van haar moeder met een vriendin op Thailand. Na viereneenhalf jaar heeft de dochter hiermee vrede.
Een man die zegt dat hij wacht op zijn vader, zijn broer en zijn zwager. Broers zijn een tweeling, allebei homo, allebei op dezelfde dag getrouwd.
Vader met dochtertjes wacht op Jin, de au pair uit China. Ingehuurd nadat de dood van de moeder in maart.
Vrouw (Friesin?) wacht op dochter met man en kinderen. Man is Marokkaan, woonde ooit illegaal in Nederland, keerde terug en raakte verwikkeld in een viereneenhalf jaar durende operatie gericht op de verwerving van geldige verblijfspapieren. Trouwacte, kinderen … het ging er allemaal niet sneller door.
Niemand stelt vast hoe Nederland verschrompelde tot een bang en in zichzelf gekeerd landje.
Iedereen lijkt in dit programma een bewijs van het tegenovergestelde.
Hello Goodby – ik blijf ervoor thuis; gelukkig is het ook in Johannesburg te volgen – toont een vergeten Nederland van aardige, vriendelijke, ontroerende en tolerante mensen.
Op www.televizier.nl kun je op het programma stemmen en ervoor zorgen dat Joris Linssen met dit NCRV programma de gouden ring wint.


lewis nkosi (1937-2010)


Vorige week zondag is de Zuid-Afrikaanse schrijver Lewis Nkosi overleden. Nkosi was een van de laatste overlevenden van de zogenaamde Drum-generatie: een troep jonge zwarte verslaggevers die in de jaren vijftig Drum samenstelden, een moedig en toonaangevend weekblad. Een broedplaats, bovendien, voor tientallen getalenteerden in de schrijfkunst en de fotografie. Nkosi ontving in 1960 een fellowship aan de Harvard Universiteit in de VS. De toenmalige apartheidsautoriteiten gaven hem toestemming om daar te studeren maar gaven hem bij vertrek een eenrichtingspermit. Nkosi mocht niet terugkeren naar zijn geboorteland.
Hij schreef fenomenale boeken zoals Mating Birds, Underground People en Mandela’s Ego dat in 2005 uitkwam. Ook schreef hij diverse toneelstukken. In 2006 was Nkosi te gast bij een door ZAM georganiseerde schrijversontmoeting als onderdeel van NiZA’s Levend Jaarboek. Ter begeleiding van dit optreden publiceerde ZAM een interview met de schrijver.

ZA0603 20 Lewis Nkosi


moe

Zo moe van Geert Wilders, de toespraak van Geert Wilders, het dieet van Geert Wilders, de affairettes van Geert Wilders, de gedoogsteun van Geert Wilders, de beveiliging van Geert Wilders, de filmpjes van Geert Wilders, het boek over Geert Wilders, de Amerikaanse vrienden van Geert Wilders, het Israel van Geert Wilders, de kapper van Geert Wilders, de Indo-afkomst van Geert Wilders, het agendapunt Geert Wilders, het isolement van Geert Wilders, de Oost-Europese echtgenote van Geert Wilders, het CDA van Geert Wilders, de VVD van Geert Wilders, het Pownews van Geert Wilders, de AOW plannen van Geert Wilders, alle stemmers op Geert Wilders en de onuitputtelijke aandacht voor Geert Wilders. Ik ben moe van dominee Jones en Frits Huffnagel die al net zo weinig weet van 9/11 als van boekhouden. Moe van de onmogelijkheid om tegen de Islam te zijn omdat je dan met Geert sympathiseert. Moe van de opluchting die je voelt als de katholieke kerk in opspraak raakt omdat dat de aandacht van Geert Wilders afleidt. Can somebody wake me when it’s over?


opa vertelt

In de vorige eeuw heb ik in zoveel demonstraties meegelopen dat ik mijn gewicht ermee op peil kon houden. Een bekend fenomeen bij deze optochten was de Ordewacht. Het was geen sympathiek woord maar we wisten niks beter.

Bij elke demonstratie waren er mensen die er met hun auto dwars doorheen wilden rijden of hun been uitstaken naar een demonstrant of zich er breed zwaaiend en stompend doorheen kliefden. Er schoot bijna altijd een ordewacht op af en binnen no time was dan de rust hersteld. Een heethoofd ter linkerzijde werd bij de arm genomen en tot doormarcheren gemaand. Zijn of haar evenknie ter rechterzijde werd even doorgelaten. Er was wel politie bij maar die deden ook toen al niets en eigenlijk was dat het beste.

Vorige week demonstreerden in Amsterdam zo’n duizend mensen tegen het geweld tegen homo’s. Mooi! Maar het nieuws was dat er twee vrouwen met hun scooter doorheen geragd waren en met een handtasje op een van de demonstranten hadden ingeslagen. Het was niet het enige incident. Ik begrijp uit de schaarse berichtgeving dat na afloop vijf mensen aangfite hadden gedaan van geweld.

Ik ben voor een beweging die strijd voor kalmte, meer demonstraties en nieuwe ordewachten.


sgp minister

Als ik het dus goed begrijp is de SGP de komende jaren verantwoordelijk voor de euthanasiewetgeving, homorechten, abortus en stamcelonderzoek in ruil voor steun aan het kabinet. Hulde aan de liberaal Rutte.


meesterwerk

Halverwege David van Rybrouck’s Congo durf ik nu al met zekerheid te stellen dat het een meesterwerk is. In alle hevigheid drong tot me door hoezeer Afrika in WO I en WO II voor het karretje van de westerse belangen werd gespannen. Ik wist niet dat een basis voor de wereldwijde groei van Unilever door Congolese palmolie werd gelegd. Even nieuw voor me was dat de atoombom op Hiroshima met Congolees uranium plofbaar werd gemaakt. Belgie kreeg er 2,5 miljard Dollar voor betaald. Daarmee werd de wederopbouw … van Belgie gefinancierd.
Onvoorstelbaar het fenomenale geheugen van vaak tachtig-, soms negentig-, zelfs meer dan honderdjarige Congolezen waarin de auteur neerdaalt. Maar bovenal verdient de waardigheid die van alle gesprekspartners van van Rybrouck straalt hulde. Binnenkort spreekt de schrijver in de Balie en De Brakke Grond in Amsterdam!



how to write about africa II


In 2005 schreef Binyavanga Wainaina, oprichter van het Keniaanse schrijverscollectief Kwani!, How to write about Africa, een rijke opsomming van de cliche’s over Afrika die je aantreft in romans, artikelen en geschiedenisboeken. Zijn essay verscheen in Granta, een gezaghebbend Engels tijdschrift, in print en digitaal.l In de loop der jaren heb ik tientallen mails ontvangen van mensen die me op het artikel attendeerden. Wainaina’s columns verschijnen regelmatig in ZAM.
Voor het tijdschrift Bidoun heeft Wainaina nu een vervolgessay geschreven. Hierin memoreert hij de ontstaansgeschiedenis van het eerste stuk. Die anekdote bevat belangwekkende vingerwijzigingen voor een ieder die over Afrika rapporteert.

‘How to write about Africa’ grew out of an email. In a fit of anger, maybe even low blood sugar – it runs in the family – I spent a few hours one night at my graduate student flat in Norwich, England, writing to the editor of Granta. I was responding to its ‘Africa’ issue, which was populated by every literary bogeyman that any African has ever known, a sort of ‘Greatest Hits of Hearts of Fuckedness.’ It wasn’t the grimness that got me, it was the stupidity. There was nothing new, no insight, but lots of ‘reportage’ – Oh, gosh, wow, look, golly ooo – as if Africa and Africans were not part of the conversation, were not indeed living in England across the road from the Granta office. No, we were ‘over there’ (het thema van de Granta-editie, BL), where brave people in khaki could come and bear witness. Fuck that. So I wrote a long – truly long – rambling email to the editor.’