Over Kenia

‘Afrika en democratie, dat wordt nooit wat’, luidt de actuele stelling van de Volkskrant waarop historica en docente Amanda Kluveld en publicist René Cuperus op zaterdag 5 januari reageren.
Ik ben bang dat deze stelling naadloos verwoord wat hele volksstammen in Nederland denken na ‘Kenia’: Ze maken mekaar af. Ze kunnen het niet. Het wordt nooit wat.
In de week dat Martin Ros afscheid nam van zijn vaste boekenrubriek vertelde Peter Hermes, die vaak te gast is in de TROS Nieuwsshow, me dat Ros hem steevast met dezelfde ‘grap’ begroette. ‘Laat Afrika een halve meter zakken. Hele probleem opgelost.’
Kluveld weet op overtuigende wijze een verband te leggen tussen het initiatief voor tolerantie ‘Benoemen en Bouwen’ van Doekle Terpstra en Afrika. ‘Denken langs tribale lijnen is altijd funest voor de democratie’, schrijft ze over Terpstra’s verklaring die aanvankelijk alleen door blanken mocht worden getekend. ‘Dat had stamhoofd Terpstra geweten als hij de actualiteit in Afrika had gevolgd, aldus Kluveld die Terpstra paternalisme verwijt. ‘Wij’ komen op voor ‘hun’
Vervolgens biedt de historica een interessante analyse naar aanleiding van ‘Kenia.’ ‘De democratie in Afrika wordt belemmerd door tribale verbanden. In Afrikaanse landen is de stam het belangrijkste economische en sociale vangnet. Politici spelen daarop in’, schrijft ze. Pas als er een sterk economisch vangnet ontstaat, er een daadwerkelijk onafhankelijke rechterlijke macht komt en als de bewoners over radiostations, telecommunicatie en computers beschikken, zal het tribalisme verdwijnen, citeert Kluveld de BBC.
De analyse snijdt hout en toch klopt er iets niet. In het land waar ik woon, Zuid-Afrika, is de rechterlijke macht onafhankelijk. Net als in Botswana of Namibie of Kenia. Onafhankelijke radiostations, telecommunicatie en computers komen razendsnel op. Een van de rijkste mannen ter wereld is een Sudanees die zijn vermogen vergaarde met mobiele telefonie op het continent.
‘Hun’ is een complex geheel van 55 verschillende landen, van snelgroeiende economieen en straatarme achterblijvers. ‘Hun’ is een optelsom van door oorlogsheren beheerste regio’s en keurige adminstraties, van rijke middenklassen en het lompenproletariaat.
Volkskrant correspondent Kees Broere legde in een column enkele dagen terug toch juist de vinger op die ongelijkheid. De arme helft komt in opstand tegen de rijke helft, schreef hij.
‘Wij’ kunnen ‘ons’ paternalisme alleen kwijtraken als we in het beeld van De Ander het onderscheid durven zien. Als we de amorfe massa’s zielige en machteloze slachtoffers uit ons mentale systeem durven te ‘deleten’, zodat de professionals, de wizkids, de rappers, de mode-ontwerpers, de planologen, de journalisten, de feministen, de homo-activisten en vakbondsleiders eindelijk in beeld kunnen komen.
Zou de instabiliteit, zoals die zich in de afgelopen week zo heftig in Kenia manifesteerde, ook te maken kunnen hebben met de slag die veel Afrikaanse landen en Afrikanen momenteel maken? Is juist niet de spanning tussen tradities en moderniteit debet aan de gebeurtenissen. Hoe groot is de invloed van urbanisatie en industrialisatie, van globalisering, een opkomende middenklasse, toegang tot informatie?
En nog iets: zouden de erupties in Kenia, en het toneel van een luidruchting ANC-congres, niet evenzeer een uitdrukking kunnen zijn van een opkomende democratische beweging in Afrika, mede het resultaat van toegang tot informatie en telecommunicatie? Leiden afschuwwekkende beelden misschien af van een democratische ondertoon: als verkiezingen een graadmeter voor ‘good governance’ zijn, zoals de internationale donoren beweren, laten het dan ook echte democratische verkiezingen zijn. No Zimbabwe!, riepen de aanhangers van Jacob Zuma in Zuid-Afrika, zoals Volkskrant correspondent Marnix de Bruyne waarnam. ‘Geen derde termijn voor Mbeki want dat is niet democratisch!’
In Zimbabwe waren het in 1995 de homo’s die als eersten de president van het land durfden tegenspreken nadat hij hen ‘erger dan varkens en honden’ had genoemd.
Tegenspreken: dat lijkt steeds meer een kenmerk van postkoloniaal Afrika – en van post-dekoloniaal Afrika.
Gaat die tendens wellicht schuil achter de ‘jongeren met kapmessen (die) achter mensen van andere stammen aanhollen’, waarover René Cuperus, tevens medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, schrijft. ‘Het is proza waaraan de toenmalige tekstschrijvers van P.W. Botha zich vermoedelijk niet hadden durven wagen. ‘Afrika is het continent van de stammenstrijd (…), van vriendjespolitiek en patrimonialisme, (…) van politieke leiders die staatsmacht beschouwen als privébezit’, schrijft Cuperus.
Afrika? Welk Afrika?
En dan: ‘Veertig jaar postkoloniale ontwikkelingssamenwerking, brute interventies van IMF en Wereldbank en goedbedoelde stimulatie van ‘goed bestuur’, hebben weinig of niets kunnen veranderen aan die diepgewortelde Afrikaanse machtscultuur”, aldus Cuperus.
Dat is dus de vraag. En een andere vraag is: wat heeft deze bemoeienis aangericht?
‘Was dit maar neokoloniale borrelpraat’, verzucht Cuperus.
Het is neo-koloniale borrelpraat.

One thought on “Over Kenia”

  1. Wakker liggen in Nederland

    Wat is er toch met Afrika dat Nederlanders zo BEZORGD maakt?

    Ik hoor nu eens nooit iemand zeggen dat hij zich vanwege de recente gewelddadige schermutselingen tussen hindoes en christenen vertwijfeld afvraagt of het ooit nog wel wat wordt met India.

    Er wordt ook nooit met een gezicht van ‘ik zou willen dat het anders was want ik ben reuze pro-Slavisch’ betreurd dat Tsjetsjenen en Russen bewezen hebben ‘niet rijp’te zijn voor de democratie’.

    In Pakistan kan een gezochte fraudeur een gehele politieke partij erven van een vermoorde politica zonder dat iemand hier over ‘stamverbanden’ begint, die ‘helaas’ (de spreker zou willen dat het anders was want de spreker heeft het het beste met de Pakistanen voor, laten we dat vooral goed onthouden)nog steeds bestaan en bewijzen dat de Pakistanen (wederom helaas) alweer gezakt zijn voor ….ja, voor wat?

    Het is de TOON van veel commentatoren op Afrika, niet zozeer de inhoud van wat er te berde wordt gebracht, die niet ophoudt mij te verbijsteren.

    ‘Ik heb nu hoop’, kondigde een zo’n bezoeker aan nadat hij zowaar een leuke intelligente neger had ontmoet. Een ander onderzocht hoe erg het wel niet was met de Aids in ZA (erg) en besloot dat ‘hij het nu op gaf.’

    De oorlog in Irak, de moord op Bhutto, een overstroming in Azie, draconische onderdrukking in China, we nemen er kennis van en hebben er oordelen over. Maar niets gaan ons zo aan het hart als Afrika.

    Afrika gaat ons wel zo aan het hart dat we er van wakker liggen. Afrika moet ons geruststellen anders blijven we ons zorgen maken. Wij lijken Afrika wel meer nodig te hebben dan Afrika ons.
    Nu heeft Kenia weer gefaald. Het is om te huilen

    Zullen we als blanken of Nederlanders of blanke Nederlanders ooit Afrika leren zien voor wat het is: een plek op de wereld met problemen, niet belangrijker of minder belangrijk of zieliger of beter dan enige andere plek?

    Zullen we de akelige waarheid ooit onder ogen kunnen zien dat de meeste Afrikanen geen Aids hebben en verreweg de meesten ook meestal behoorlijk te eten?

    Zeker, in arme landen met een nog onvoldoende ontwikkelde bedrijfssector is staatsmacht vrijwel de enige manier om toegang tot rijkdom te krijgen. En ja, bevolkingsgroepen zijn vaak nog gedefinieerd via geografische en ethnische herkomst (net als Basken of Bosniers of Tsjetsjenen). Verder is het ook een waarheid als een koe dat emoties hoger oplopen naarmate er meer op het spel staat. Weer naar de zijlijn van de armoede in Kibera township geschopt worden net toen jouw kant ging winnen -daar zou ik ook van gaan slaan, denk ik. (Schrijnender dan de intrekking van een tomatensubsidie, en moet je Franse boeren eens zien als iemand dat durft te doen). Dat er meer kans is op wetteloosheid en geweld in het geval van geschiedkundig bezien kersverse politieke en staatstructuren dan in het geval van eeuwenoude, organisch gegroeide systemen: ook alweer zo’n koe.

    Geweld en verkrachting, tsja, helaas, het gaat vaak samen. Niet alleen in Kenia, en ook niet alleen in Bosnie: door de eeuwen heen is geweld tegen vrouwen een bijverschijnsel van gewelddadig conflict tussen mannen geweest, en dat is het nog.

    Ik wil dus niet beweren dat het allemaal niet erg is. Er zijn veel erge dingen. Er zijn zelfs dingen in Afrika die erger zijn dan de dingen in Pakistan. Er zijn verklaringen voor, er zijn oplossingen voor, en er zit beweging in want de geschiedenis staat niet stil.

    Uiteindelijk zal, wie Afrika wil helpen, toch aan de subsidies van de Franse tomatenboeren moeten komen. Over een stam die niet met zich laat sollen gesproken!

    Gaan we er vervolgens ook van wakker liggen als die de wegen weer bezetten? Of zweten we alleen maar peentjes als het over Afrika gaat? En waarom is dat toch?

Reacties zijn gesloten.