Eindelijk heeft de Zuid-Afrikaanse regering de Afrikaanse Unie opgeroepen om actie te ondernemen naar Libie. Sommige commentatoren lazen in de zwijgzaamheid een bevestiging van het weinige belang dat de regering Zuma aan buitenlandse kwesties hecht. Anderen vermoedden dat het oude bondgenootschap tussen Khadafi en het ANC de Zuid-Afrikanen in de weg zat. En weer anderen vermoedden een angst voor ‘Egyptische toestanden’ in Zuid-Afrika: een rebellerende jeugd die de nieuwe, maar alweer oude machthebbers verdrijft. Dat laatste lijkt me niet erg aannemelijk. Een stevig verschil tussen Noord-Afrika en nogal wat Afrikaanse landen, en zeker Zuid-Afrika, is dat, soms stokoude, machthebbers vaak nog een opmerkelijk jonge aanhang hebben, en de kunst verstaan om met behulp van nieuwe media die aanhang vast te houden. Dat ‘Egyptische toestanden’ in Zuid-Afrika niet denkbaar zijn omdat die al achter de rug zouden zijn (en het ANC aan de macht brachten), zoals een van de kranten schreef, lijkt me daarentegen ook weinig hout snijden.
De decennialange vriendschap tussen Khadafi en het ANC is een mythe waarin het ANC zelf is gaan geloven. Het is vergelijkbaar met de liefde die een deel van de ANC aanhang in de afgelopen jaren voor ZANU-pf in Zimbabwe heeft opgevat. In werkelijkheid waren zowel Khadafi en Mugabe aartsvijanden van het ANC, diep gewantrouwd door de ballingenleiding van het ANC. Khadafi sponsorde immers jarenlang de van het ANC afgescheiden PAC. Ook Mugabe voelde meer voor die afsplitsing en werd bovendien gezien als een bondgenoot van de Chinezen. Het ANC genoot in de koude oorlog juist de steun van Moskou.
Khadafi’s opwaardering is uitgevonden omdat het hielp de Libische leider enigszins in het Afrikaanse gelid te krijgen. In ruil voor die nieuwe samenwerking ging Khadafi het ANC financieel steunen. Maar toen was de strijd tegen de apartheid al gestreden.