We reden naar Bram Fischerville, een nieuwe wijk van Soweto in het zuidwesten van Johannesburg. M., onze werkster, heeft haar huis in het afgelopen jaar uitgebreid met nieuwe, aangebouwde kamers. We móesten komen kijken.
Nu is het dan zover en leidt de tom tom ons resoluut naar de begraafplaats van Roodepoort. Dan zwijgt de kribbige mevrouw in het het kleine kastje, het spoor bijster.
Op de meest recente kaart die ik bij me heb staat de wijk al wel aangegeven en sommige straten hebben een naam. Op eigen kracht dringen we ons dieper een wijk in waarvan we vermoeden dat dit Bram Fischerville is. Onderweg zien we wel bordjes, maar die straatnamen staan niet op de kaart. We stoppen bij een ‘bottlestore’ – naast ‘petrol station’ het meest gebruikte baken waarnaar in een uitleg hoe je ergens komt wordt verwezen.
Ik bel M. en vertel haar dat we voor de slijterij staan.
‘Volg de taxi’s!’, roept ze.
‘Maar die busjes rijden alle kanten op’, antwoord ik.
‘Down!’, zegt M.
‘Je kunt hier naar twee kanten naar beneden.’ Bram Fischerville is gebouwd aan de rand van een vallei.
We wagen een gokje en slaan rechtsaf. Omdat de mijndumps, die grote glinsterende cakes die aan de horizon oplichten, en de blauwe daken van een lager gelegen complex M. niets zeiden twijfelen we sterk aan onze keuze voor rechts.
Als we stoppen schieten er jongens toe die ons vragen of we de weg kwijt zijn. Zoveel is wel duidelijk maar Atlas Street, waar M. woont zegt ze niets.
We rijden terug naar de slijterij en bellen M. opnieuw. Monter zegt ze dat ze eraan komt.
Als we wachten, melden zich opnieuw behulpzame jongemannen met de vraag waarop we wachten en waarnaar we op zoek zijn.
Na tien minuten arriveert M. en leidt ons over zigzaggende onverharde weggetjes het dal in. Aan de uiterste rand houden we stil voor haar huis. We bewonderen de nieuwe kamers en het uitzicht … op de blauwe daken en de mijndumps, de groene vallei en de ‘matchbox’ huisjes van de buren. ‘Zo klein was mijn huis’, zegt M. als ze naar dat van de buren wijst.
De wijk is vernoemd naar Bram Fischer, de moedige Afrikaner communist en advocaat van Mandela, die in de jaren zestig gevangen werd gezet en achter de tralies aan kanker bezweek. Ik denk dat hij daarboven trots op de nieuwe wijk neerkijkt, en zich stoort aan de oververharde wegen die bij een flinke regenbui onbegaanbaar worden.
