Tagarchief: CPN

Marcus Bakker

marcus bakker

Op de biografie die Leo Molenaar van Marcus Bakker schreef, valt wel het nodige aan te merken. Het boek is goed geschreven maar de compositie rammelt. Er doet zich van tijd tot tijd een wat merkwaardige stijlbreuk door als Molenaar opeens in de eerste persoon enkelvoud betoogt. Zijn de lange passages over de interne partijstrijd in de jaren vijftig voor een betrekkelijk buitenstaander wel te volgen? Lees verder




observatorium felix meritis


Gisteren het Observatorium in Felix Meritis bezocht. Het gebouw bestaat 225 jaar en voor de gelegenheid biedt ‘Felix’ rondleidingen die beginnen met de fabuleuze vergezichten vanaf het dak. Een visueel rondje Amsterdam.
Een tocht door de eeuwen heen, vanaf het centrum van wetenschap en kunsten via de drukpersen van De Echo, voor de oorlog opgesteld in de monumentale concertzaal, de CPN jaren, het Shaffy Theater en het hedendaagse Felix dat naast lezingen ook onderdak biedt aan bruiloften en partijen.
De CPN tijd … Als kind, zo’n vijftig jaar geleden, doolde ik met mijn speelkameraadje door het spannende gangenstelsel van het gebouw. Ik weet het telefoonnummer nog: 62565. Ons beider ouders werkten voor de CPN. Mijn vader bezig om zijn partij van de financiele nachtmerrie te verlossen die Felix was door de zalen te verhuren aan het Kunstmaandorkest, toneelgroepen Centrum en Studio, jazzmusicus Nedly Elstak en televisie-omroepen. Mijn opa, nadat mijn vader er vertrokken was, als kameraad-nachtportier op de eerste rang van Ramses Shaffy, die in zijn loge na de voorstelling nog een kop koffie kwam drinken. Thuis vertelde opa aan oma dat Shaffy een ‘grammofoonplaat’ was – biseksueel voor kinderoren, ‘aan beide zijden bespeelbaar’.
Heerlijke sentimental journey. Van harte aanbevolen, nog tot oktober.


demain a nanguila


Gisteravond in het Amsterdamse Tropentheater de documentaire Demain a Nanguila gezien. Het is een vergeten film uit 1960 gemaakt door Joris Ivens. Het is zijn enige Afrikaanse productie, hij zou nooit meer naar het continent terugkeren.
De film is opgenomen in het net onafhankelijke, maar nog snel van regeringsvorm en federatiemodel (wel of niet met Senegal samen?) wisselende Mali.
Ik heb de film ademloos bekeken. De korte inleiding die Afrikacurator Paul Faber voor de vertoning uitsprak had de verwachtingen alleen maar groter gemaakt. ‘De eerste film uit en over Mali’ … ‘de eerste acteurs’ … ‘de eerste president van de onafhankelijkheid’ … ‘het begin van de Malinese filmindustrie’, nog steeds drager van het toonaangevende Bamako filmfestival.
De hoofdrolspeler in de film, Sidibe, later zelf cineast, zou de grondlegger van die filmindustrie worden.
In de film is hij nog een broekie die naar de stad vlucht op zoek naar succes en avontuur. Zijn terugkeer naar het Malinese platteland – in de ban van nieuwe oogsttechnieken, de nieuwe vrijheid, een bezoek van de president – wordt geen succes. Ook bevat het verhaal een subtiele verwijzing naar de ondergeschikte rol die vrouwen spelen – niet in de maatschappij, in de film doen ze eigenlijk al het werk terwijl de mannen vergaderen, maar de controle over hun eigen leven wordt hen nog ontzegd. Dat de altijd zaaiende, oogstende, kokende, wassende en dansende vrouwen nergens tot clichebeeld verworden, heeft zonder twijfel te maken met Ivens’ cinematografische superioriteit te maken.

Sidibe laat het dorp weer achter zich als het meisje waarop hij verliefd is wordt uitgehuwelijkt.
Het duurde in 1960 een paar maanden voordat de makers van de nieuwe machthebbers toestemming kregen om de film te vertonen. Maar begin 1961 is de president aanwezig bij de premiere in het openluchttheater Vox, een plek die overigens ook in de film te zien is.

Na afloop dwaalden mijn gedachten af naar de jaren zeventig. Ik was actief in het ANJV, een communistische jongerenorganisatie. In het kantoor vonden we in een kast, die jarenlang op slot zat, tientallen oude speelfilms en documentaires. De slag om de wolvenkloof, De vermiste piloot, Dimitrov spreekt!, De slag om het Hua gebergte. Communistische propagandafilms die in de jaren vijftig aan de achterban waren getoond. Onderop lag een film van Ivens: Indonesia Calling. Deze aanklacht tegen het Nederlands kolonialisme was lange tijd verboden – ik meen me te herinneren dat dat zelfs op het moment van onze vonds nog het geval was – en kostte Ivens vele jaren zijn staatsburgerschap.
Maar ook in het ANJV was de film taboe verklaard. Omdat Ivens met de Maoisten heulde.
De film is na onze herontdekking verschillende malen vertoond voor de ANJV-leden. In de CPN was de destalinisatie ingetreden, het dooide dus het mocht.