Verknipt Land, Zuid-Afrika aan de vooravond van het WK

Als ik eind maart na een kort bezoek aan Nederland naar mijn woonplaats Johannesburg terugkeer, nadert de uitbreiding van O.R. Tambo zijn voltooiing. Het vliegveld is veranderd in een zee van licht en ruimte waarbinnen met billboards en wandschilderingen uitbundige verwijzingen naar ’s lands wildlife, de natuur en Robbeneiland zijn aangebracht. Twintig jaar geleden, toen ik het land voor het eerst bezocht, vielen me in de naargeestige aankomsthal de posters op die waarschuwden tegen het terrorisme van een vermeende vijand. Ze toonden handgranaten, limpetmijnen, AK47’s en pistolen en riepen op tot uiterste waakzaamheid. De aanvoerder van de toenmalige terreurbeweging, Nelson Rolihlahla Mandela, was net vrijgelaten. Nu lacht gevangene 46664 – zijn detentienummer is een brand geworden – me toe vanaf posters die de bezoekers welkom heten, welkom in het land van ‘2010’.
Die vier cijfers staan voor de aankomende wereldkampioenschappen voetbal, voor het feit dat deze in Zuid-Afrika plaatsvinden, voor het eerst op het Afrikaanse continent, de kroon op jarenlange voorbereiding, de erkenning dat Afrika de toekomst heeft en hét bewijs dat ze hier best zo’n evenement aankunnen. Ze staan voor een droom die binnen niet al te lange tijd zal uitkomen.

Na de paspoortcontrole begeef ik mij naar de uitgang. De ondergrondse Gautrein, die eindelijk het vliegveld met het centrum en de noordelijke buitenwijken zal verbinden, is bijna klaar. De opstandige, niet zelden licentieloze bestuurders van de vervaarlijk door de stad gierende ‘black taxi’s’, vaak aan alle kanten rammelende combi’s, lijken zich neer te leggen bij de komst van een nieuw openbaarvervoersys­teem. Een belangrijk deel van de clientèle zal de combi’s inruilen voor de zoveel veiliger en betrouwbaarder nieuwe lijnen. Zo moet er een einde komen aan een van de vele relicten uit het verleden. Omdat er een belang gediend was met het snelle vervoer van zwarten van de townships naar het werk en terug, stond het blanke minderheidsbewind in de jaren zeventig oogluikend toe dat zwarten taxibedrijfjes opzetten. De apartheidswetgeving verbood elk zwart initiatief en dus werd er geen regelgeving ontwikkeld. Officieel bestonden er namelijk geen zwarte bedrijfjes. Zo groeide er een sterk tegen de georganiseerde criminaliteit aanschurkende taxi-industrie waarin het recht van de sterkste gold. Enkele maanden terug nog werd op de eerste nieuwe bussen in de stad geschoten. De eigenaren van de oude bedrijfjes verwijten de regering het initiatief van ‘hun eigen mensen’ de nek om te draaien.

Maar nu moet ik nog per taxi. De chauffeur vraagt waar de ‘old man’ naartoe moet. Die oude man ben ik. De chauffeur zegt dat hij alleen maar VIP’s vervoert. Dat verzacht de pijn. Als we de snelweg opdraaien, zegt-ie: ‘Nog 74 dagen’. Uitleg overbodig. Op mijn vraag of Zuid-Afrika gaat winnen, komt geen reactie. Na een half uur ben ik thuis. Het is een warme nazomeravond, ik zet de ramen open, omhels de katten, schenk een borrel in en pak de bovenste krant van de stapel die de benedenbuurvrouw voor me verzameld heeft. Een kop luidt: ‘Fuck FIFA’.

Zwarte mijnbazen

Land van verwarring. De eerst als racistisch bestempelde moord op Terre’Blanche heet al na een dag een arbeidsconflict, en nog een dag later lijkt het de wraak voor het seksueel misbruik door een blanke Baas van zijn zwarte ondergeschikten. De leider van de Afrikaner Weerstands Beweging zou zijn werknemers, jongens van 28 en 15 jaar, met drank hebben volgegoten. De kranten meldden dat het dode lichaam van de Leider werd aangetroffen met zijn broek op de enkels. Naast het slachtoffer zou een gebruikt condoom gevonden zijn.
ANC-jeugdleider Julius Malema, die vele malen het oude strijdlied ‘Kill the Boer’ heeft aangeheven en een kritische BBC-correspondent een persconferentie heeft uitgejaagd, heeft volgens president Zuma ‘de goede naam van het ANC te grabbel gegooid’. Zuma dreigde met ‘mogelijke gevolgen van dit gedrag waarover het ANC-bestuur binnenkort zal vergaderen.’ Eerder had Malema, voorstander van nationalisatie van de mijnen, het al aan de stok met de Communistische Partij waarmee het ANC een alliantie onderhoudt. ‘Nationaliseren,’ schreef Jeremy Cronin, ondervoorzitter van de Commu­nistische Partij en staatssecretaris voor Transport, ‘levert alleen de schatrijke blanke en zwarte mijnbazen een vermogen op. Socialiseren, daar gaat het om.’ Sindsdien verkeert Malema op voet van oorlog met de communisten. Ook wordt in de loop der weken duidelijk dat Malema niet alleen een uiterst militante pleitbezorger is van nationalisatie en landonteigening, maar ook de schatrijke mede-eigenaar van verschillende bedrijven die in de afgelopen twee jaar gretig uit de overheidsruif vraten. Het is deze hoge mate aan verkniptheid, hier zo wonderschoon multiple complexity genoemd, die telkens weer twijfel zaait aan mijn voornemen om dit land na bijna twintig jaar voor gezien te houden.

Retoriek

De schijn ophouden, daar zijn veel Zuid-Afrikanen goed in. Zo niet Vuyo, een veteraan van de bevrijdingsstrijd die ik van tijd tot tijd bij de supermarkt tegenkom. ‘Ik kan me helemaal niet herinneren dat we “Kill the Boer” zongen,’ zegt hij. ‘Wat we zongen loog er zeker niet om, maar dít lied is pas na 1994 aangeheven.’ Volgens Vuyo was het Peter Mokaba die ermee kwam. Deze jeugdleider, voorganger van Malema, bracht er zijn aanhang mee in vervoering, niet zelden bijgestaan door Winnie Mandela in guerrilla-outfit. ‘Zo hielden ze de illusie in stand dat we in een revolutie verwikkeld waren. Het is retoriek die een gebrek aan daadkracht moet verhullen. Jonge mensen willen werk, studeren, voorzieningen. Voor de meesten is dat nog steeds een onbereikbaar ideaal,’ moppert Vuyo.
De toenemende sociale onrust in het land – protesten van een doorgaans zwarte menigte tegen overwegend zwarte bestuurders – houdt gelijke tred met de steeds luider klinkende muzikale oorlogsverklaringen. Maar na de moord op Terre’Blanche heeft het ANC-bestuur in navolging van de rechter Malema bevolen ermee op te houden. ‘Heel verstandig,’ zegt Vuyo.

Overigens stierf Mokaba in 2002 aan aids, een ziekte waarvan hij het bestaan ontkende. Tot kort voor zijn overlijden hield hij de schijn op dat er met zijn gezondheid niets aan de hand was.

Brandy-coke-commando

Dat seks mét condoom uiteindelijk ook heel onveilig kan zijn, bewijzen de berichten over het mogelijke misbruik waaraan Eugene Terre’Blanche zich zou hebben schuldig gemaakt. Inmiddels heeft de advocaat van een van de verdachten verklaard dat zijn cliënt inderdaad beweert ‘gesodomiseerd’ te zijn. De dood van ET, zoals hij in de volksmond genoemd wordt, zou dan ook het gevolg van een wraakactie zijn. De Zuid-Afrikaanse journalist Max du Preez, die in de jaren tachtig het Vrye Weekblad, een Afrikaner anti-apartheidskrant, uitbracht, was niet verbaasd over de onthullingen. In een van de zondagskranten memoreert hij een verhaal dat hij destijds publiceerde over een jonge militant van de Afrikaner Weerstands Beweging (AWB), die na een met alcohol overgoten avond uit zijn roes ontwaakte omdat Terre’Blanche hem probeerde te penetreren. Nadat hij hierover bij de AWB-leiding een klacht had ingediend, werd hij geroyeerd en liep hij met het verhaal naar de krant.

Ook de bekende nudist Beau Brummel heeft inmiddels laten weten dat de rechtse extremist enkele keren ‘fun’ had met zwarte homo’s – met eigen ogen gezien op de naturistencamping die hij in de jaren negentig beheerde. De supermacho, strijder voor blanke suprematie, die het nieuwe Zuid-Afrika de oorlog verklaarde, was dus een stiekeme liefhebber van de multiraciale herenliefde. Zijn aanhangers willen er niet aan en verklaren de dood van hun leider te zullen wreken. ‘Kan iemand de AWB’ers vertellen hoe het hen de laatste keer verging toen ze ten strijde trokken?’ vraagt de Zuid-Afrikaanse schrijver Richard de Nooy in een tekst op zijn Facebookpagina. Vooruit dan. Het was enkele maanden voor de eerste verkiezingen. Het toenmalige thuisland Bophuthats­wana in het noordwesten van Zuid-Afrika weigerde zich weer te laten inlijven bij het land. Daarmee ontzegde dictator Mangope zijn onderdanen het recht om aan de verkiezingen mee te doen. Daartegen kwam zijn eigen leger in opstand. Terre’Blanche trok met zijn commando naar Bophuthatswana ‘om ze een lesje te leren’. ET zag in Mangope een bondgenoot in de strijd voor een naar etniciteit opgedeeld Zuid-Afrika. Dit ‘brandy-coke commando’, een naam die het dankzij het veelvuldige drankgebruik verwierf, kwam, zag en schoot eenentwintig zwarten dood. Toen werd het weggejaagd. Op de vlucht werden drie AWB’ers standrechtelijk geëxecuteerd door de gedeserteerde leden van Mangopes leger. Ik had die avond een huis vol visite. De televisiebeelden ontketenden een luid gejuich. De dictator was gevallen, de AWB verslagen, het vroegere thuisland vrij voor verkiezingen.

Met de staart tussen de benen trokken de commando’s huiswaarts. Het verhaal gaat dat het toen vooral hun vrouwen waren die de genadeslag uitdeelden: de boerenkrijgstaal had tot een bloedbad geleid, nu moesten ze thuisblijven, koeien melken en aardappels rooien, zouden de vrouwen hun mannen te verstaan hebben gegeven.

Feodale wereld

De ondergang van de AWB, nog bekroond met ET’s veroordeling tot een jarenlange gevangenisstraf nadat hij respectievelijk een van zijn werknemers en een zwarte pompbediende had mishandeld, voedde het misverstand dat nu niets Mandela’s non-raciale sprookje nog in de weg stond. Maar ook hier bedroog de schijn, want waarom werden er na de democratische omwenteling dan toch honderden blanke boeren vermoord, aanzienlijk meer dan in het naburige Zimbabwe?

Zuma’s vice-president Kgalema Motlanthe, een behoedzame, in brede kring gewaardeerde oud-vakbondsman die na Mbeki’s val in 2008 het presidentschap tijdelijk waarnam, lichtte eind vorig jaar een tipje van de sluier op. In een toespraak voor de Moral Regeneration Movement onthulde Mothlanthe een goed bewaard geheim: ‘Sommige van de wreedste moorden worden gepleegd door vluchtelingen die op een schandelijke manier werden uitgebuit, die werkten zonder daar enige beloning voor te ontvangen. Volgens de politierapporten schakelden boeren kort voor betaaldag de politie in. Waarna de illegale landarbeiders het land werden uitgezet. Ze kwamen terug om wraak te nemen.’ De uitspraken van de vice-president riepen de woede van de boerenorganisaties op. Ze dreigden een klacht in te dienen bij de Mensenrechten Commissie.

Die woede is wel begrijpelijk, want Mothlanthe verbrak de code – de afspraak tussen de organisaties en de ANC-regering om het geweld tegen de boeren volledig te depolitiseren. Aanvankelijk zagen de blanke agrarische bonden een politiek complot, georkestreerd vanuit het ANC-hoofdkwartier, gericht op de uitroeiing van blanke boeren, ‘zoals in Zimbabwe’. Het ANC wees het verwijt verontwaardigd van de hand. De misdaden zouden ‘louter crimineel’ van aard zijn. Een leugentje om bestwil, een kwestie van de schijn ophouden. Nee, van een georkestreerde samenzwering was zeker geen sprake maar wie zich een beetje in de moorden verdiepte, wist dat op het Zuid-Afrikaanse platteland de late middeleeuwen nog voortleefden. Toch wilde het ANC ook hier de schijn ophouden dat ze in deze feodale wereld heer en meester was. Het zwijgen diende bovendien de samenwerking die het ANC met de Afrikaners zocht. Maar de verklaringen die landarbeiders, ook die van Terre’Blanche, in de dagen van de moord aflegden, spreken boekdelen. John Mosegathebe, die ET’s vee beheerde, werd een week voor de moord ontslagen en kreeg driehonderd Rand (dertig euro) uitbetaald. Pakiso Diphaphang vloog eruit nadat hij een dag niet op zijn werk was verschenen vanwege een begrafenis. ‘Ik heb me veelvuldig afgevraagd waarom God deze man in leven hield terwijl er zoveel bloed aan zijn handen kleefde.’

Maar er dreigt zeker geen ‘raciale oorlog’, zoals nogal wat internationale media in navolging van sommige Zuid-Afrikaanse kranten in de dagen na de dood van Terre’Blanche voorspelden. Volgens Steven Friedman, een vooraanstaand Zuid-Afri­kaanse analist, zijn het veeleer de spanningen tussen de haves en have nots die het land op scherp zetten. Ook nogal wat zwarte Zuid-Afrikanen kunnen inmiddels tot de haves gerekend worden. De Zuid-Afrikaanse zwarte middenklasse telt nu bijna zes miljoen zielen. Volgens Friedman woedt er al vijf jaar een opstand van de achterblijvers tegen de ‘eigen’ machthebbers, die, Mbeki voorop, het bestaan van corruptie, aids en misdaad simpelweg ontkenden. Er zijn in de aanloop naar Mbeki’s val, en daarna, vele honderden lokale actiegroepen opgericht die met demonstraties en protestbijeenkomsten van zich doen spreken. ‘Daar tikt de tijdbom,’ aldus Friedman. Revolutio­naire retoriek, de nieuwe militaire hiërarchie binnen de politie, de periodieke wijziging van een straatnaam, Winnie in guerrilla-outfit – in dit soort onmachtsvertoon geloven steeds minder Zuid-Afrikanen. Geen woorden maar daden.

Geen voetbal op de helm

Het aankomende wereldkampioenschap zal president Zuma nog een gelegenheid bieden om de schijn van een voortvarende natie op te houden, bovendien een toonbeeld van raciale eensgezindheid. Mandela zal erbij zijn, zoals hij zijn naaste medewerkers bij herhaling verzekerd heeft. Volgens zijn artsen is de bijna 92-jarige oud-president in redelijke gezondheid, hij zou ‘nog enkele jaren mee kunnen’, aldus een van hen. Alleen het lopen gaat bijna niet meer, maar ook Mandela wil de schijn ophouden en weigert vooralsnog om zich in een rolstoel voort te bewegen. Het moment, straks bij de opening van de WK, zal ongetwijfeld herinneringen oproepen aan dat eerdere moment, vijftien jaar geleden, toen de ANC-leider met één geste de harten van duizenden Afrikaners won. Gehuld in het shirt van de toen nog overwegend blanke Springbokken, vertoonde Mandela zich in het stadion. De Zuid-Afrikanen werden wereldkampioen rugby.

Nu Bafana Bafana ’s lands eer moet verdedigen, zullen blanke Zuid-Afrikanen, die voetbal nog vaak als een zwarte sport zien, zich massaal achter het team plaatsen, zoals zwarten vijftien jaar geleden zo ruimhartig de Springbokken toejuichten. Niet dat Zuid-Afrikanen echt geloven dat het voetbalteam kans maakt – mijn buurjongetje Themba zet zijn kaarten al maanden op Brazilië – maar daar gaat het niet echt om. De eer is: yes, we can – een evenement als dit kun je gerust aan ons overlaten. Nu al zie ik hoe het blanke kantoorpersoneel in mijn wijk op vrijdag even massaal gehoor geeft aan de oproep om het nationale shirt te dragen als de zwarte collega’s. Het WK zal zeker een demonstratie van raciale eensgezindheid worden, en Zuma zal zijn zegeningen tellen.

Maar daarna zal de president zijn natuurlijke neiging om iedereen binnen zijn beweging te vriend te houden moeten opgeven. Misschien is zijn oekaze aan het adres van Malema een goed voorteken. En in zijn strijd tegen de corruptie zal Zuma zijn politieke geestverwanten binnen het ANC niet moeten ontzien. Dan breekt hij pas echt met de praktijk onder Mbeki. Er zullen banen bij moeten komen, ook nu de stadions zijn afgebouwd, en studieplaatsen. Want wat schiet de zwarte straatverkoper, een van de miljoenen achterblijvers, op met het aanstaande evenement? De FIFA-bepalingen verbieden verkopers om in de buurt van stadions te komen, of handel aan te prijzen waarop door de FIFA beschermde logo’s voorkomen. Ook het begrip ‘2010’ mag niet gehanteerd worden op de vuvuzela’s, de oorverdovende roeptoeters van de Zuid-Afrikaanse voetbalfans, net zoals een voetbal niet mag worden afgebeeld op de plastic helmen van de supporters. Volgens professor Tim Burrell blaast de FIFA hoog van de toren, maar ontbreekt elke juridische grond voor bepalingen die juist achterblijvers het recht ontzeggen om een beetje beter te worden van de WK. Burrell noemt de FIFA een ‘briesende tiran’ die graag de indruk wekt gedurende de kampioenschappen te kunnen bepalen wat mag en niet mag. ‘Ze zouden voor de rechter gedaagd moeten worden,’ aldus de hoogleraar. Maar wie heeft daar het geld voor?

(Vrij Nederland, 1 mei 2010)