All posts by Bart Luirink

Wilders gaat het maken

Angstgolven, Nederland, januari 2008

Wilders gaat een film maken. Wilders gaat een choreografie maken. Wilders gaat een musical maken. Wilders gaat een chili con carne maken. Wilders gaat het boekenweekgeschenk van 2009 maken. Wilders gaat een kind maken en daarom gaat Wldrs rst n wp mkn.



No state?

‘Freedom lives when the state dies’, staat er geschilderd op de muur boven het nieuwe kantoor van ZAM aan het Haarlemmerplein in Amsterdam. Het ziet eruit alsof de verf nog nat is, product van een nachtelijke actie van de laatste kraak-anarcho’s in de hoofdstad.

Ik moest onmiddellijk aan Somalie denken. Daar heeft de staat vele jaren terug opgehouden te bestaan. Dat heeft heeft tot heel veel geleid, maar zeker niet tot vrijheid. In Mogadishu sprongen de krijgsheren in het gat. Mijn indruk is dat de vrouwen er toen niet vrijer op werden. Vervolgens kwamen de Amerikanen aanzetten om orde op zaken te stellen.

Hoe is het er nu?

Tutu en Niehaus en Kenia

Interessant stuk over de bemoeienis van aartsbisschop Tutu bij Kenia de ontwikkelingen in Kenia. Overigens is oud-ambassadeur Carl Niehaus communicatie-adviseur van oppositieleider (well, hm…) Odinga.

Why Tutu was a godsend for Kibaki’s spin machine

David Anderson, Business Day, Johannesburg, 9 January 2007Amid claims that Kenya’s election of December 27-28 was corruptly “stolen” by vote rigging, Mwai Kibaki was hurriedly sworn in for a second term as president. When international observers cast doubt upon the poll, there was mounting tension and growing violence, until, on New Year’s Day, the country’s northern Rift Valley erupted in flames.Then, last Sunday, Kenya’s churchmen called for a day of prayer, led by Desmond Tutu. The arrival in Nairobi of the former archbishop of Cape Town grabbed the headlines three days earlier, even deflecting attention from the mayhem in Rift Valley. Kibaki warmly greeted the Nobel peace laureate. The two were photographed walking hand in hand through the gardens of Government House. It was the only positive press coverage that Kibaki and his Party of National Unity had managed to get in weeks.Tutu arrived on a personal visit with a tourist visa, according to a Kenyan government spokesman. The visit was not in any way “official”, the press was told, and Tutu himself explained that he had come at the suggestion of Mvume Dandala, general secretary of the Nairobi-based All African Conference of Churches. This did not prevent the government portraying Tutu as Kenya’s saviour — a man on a mission to bring Kenya “back from the brink”. Tutu played to the gallery, criticising Kenya’s political elite for corruption and previous indiscretions, but urging a reconciliation that would bring light out of the darkness. SA had managed to heal its wounds, so why not Kenya?

In the excitement of this, everyone seemed to forget Kenya already had an international arbitrator, who might help bring peace and reconciliation in the wake of the troubled elections. The former president of Sierra Leone, Ahmed Tejan Kabbah, a man with much relevant experience to offer, was already in Kenya as part of the Commonwealth electoral observer group. Obscured by Tutu’s very considerable publicity shadow, and marginalised by Kibaki’s advisers, Kabbah left Nairobi within hours of Tutu’s arrival.

The fate of another international delegation, led by Ghana’s President John Kufuor, has also been frustrated. Proposed by British Prime Minister Gordon Brown — and backed by Kenya’s opposition Orange Democratic Movement (ODM) and its leader, Raila Odinga — Kufuor, who is also head of the African Union, has yet to make it to Nairobi. The reason is simple: Kibaki’s government refused to issue him with an invitation.

So, with Kufuor blocked and Kabbah gone, Tutu was lauded as the arbiter of Kenya’s troubles and wheeled from one photo opportunity to the next.

For Kibaki, this was manna from heaven. Meanwhile, Odinga and the ODM quietly fumed. They are too respectful of Tutu to be detrimental in public, but privately admit to having been outmanoeuvred by Kibaki’s spin doctors.

Public relations companies and consultants have long been a feature of Kenyan politics. Kibaki has used several, including Ogilvy & Mather and The Scanad Group; but Africa Practice has the heaviest hand in the current campaign.

Africa Practice worked for Kibaki in 2002, when the Johannesburg-based company was engaged to manage the election campaign for his National Rainbow Coalition. Its Nairobi office now thrives . In the days leading up to the recent election, and in all the press gatherings since the poll was announced, the British MD of Africa Practice, Marcus Courage, has been seen energetically directing Kibaki’s team.

The company’s past clients include the government of Nigeria, which was assisted in tracing the millions stolen by Sani Abacha, and the Ugandan government. Corporate customers include Diageo and Shell. The company’s website carries a glowing commendation from businessman Cyril Ramaphosa.

All of this suggests that Kibaki has hired the best advice available.

And that never comes cheap. The revelation, made in a recent United Nations report, that Kibaki had an election war chest of £4,8m sits uneasily alongside recurrent corruption scandals that have rocked his government since 2004. Courage has explained that all the campaign funds were raised legitimately from Kenyan donors.

The opposition has been angered by the tone and style of the election literature produced by Africa Practice. The British Sunday Times reported the claim of ODM’s communications director, Ahmed Hashi, that Courage had “played up ethnic differences” in the campaign.

Tutu’s Nairobi sojourn has given Africa Practice’s client a bonus he could hardly have dreamed was possible one week ago, and the firm has skilfully ensured that Kibaki has made the most of his good fortune.

Tutu intends only good by his visit to Kenya. His presence has already uplifted the spirits of local Christians and has succeeded in bringing the clergy to the fore in the negotiations. But in the shark tank of Nairobi’s politics Tutu lacks the bite to make a mark. By his own admission, he represents no one but himself. The fact that the opposition thinks he was parachuted in to deflect other arbitration is enough to knock a hole in his mission. For all his qualities, a resolution to the situation demands statesmanship and international backing that Tutu just does not command.

Whether by intention or accident, Tutu is the victim of Kenyan spin. Kibaki is happy to have attention focused on ending the violence through prayer, reconciliation and national unity — Tutu’s stock in trade. For Odinga, the rigged ballot, police excesses, and the real causes of the present chaos have been pushed aside.

Right now, all Kenya’s politicians need to come to their senses, and Tutu is surely doing his level best to help that happen. No one doubts his integrity or his motives. But to pull Kenya back from the edge of the abyss will take more than sweet words and a group hug.
Anderson is professor of African politics, and director of the African Studies Centre, at Oxford University

Ineke van Kessel: tribale fundamentalisten

Reactie van Ineke van Kessel op het Volkskrantdebat ‘Democratie in Afrika – Het wordt nooit wat’, vandaag gepubliceerd in de Volkskrant. Van Kessel is medewerker van het Afrika Studie Centrum en redacteur van ZAM.  

Het gaat over Afrika, en dus halen Amanda Kluveld en René Cuperus alle cliché’s uit de kast. Afrika is het continent van de stammenstrijd, en dus kan het daar nooit iets worden met de democratie. Beide commentators ontpoppen zich als tribale fundamentalisten: alles wordt verklaard binnen het referentiekader van de stammenstrijd, de vloek van Afrika. Als er  oorlog uitbreekt op de Balkan, als het vredesproces in Noord-Ierland weer eens wordt opgeblazen of als de Russische regering alle Tsjetsjenen neerzet als terroristen, leidt dit nooit tot generaliserende beschouwingen over de inktzwarte toekomst van Europa. Voor Afrika gelden andere maatstaven, want Afrika wil zich maar niet schikken naar ons normatieve wereldbeeld.
Modernisering leidt tot secularisering en individualisering. Dat is de uitkomst geweest van het moderniseringsproces in West-Europa, en dus verlangen wij dat de rest van de wereld dit patroon navolgt. ‘Wij’zijn immers normaal en ‘zij’ moeten zoveel mogelijk worden herschapen naar onze gelijkenis. Maar West-Europa is de uitzondering in de geschiedenis, niet de regel. In de rest van de wereld betekent modernisering niet noodzakelijk het afsterven van religieuze en etnische gemeenschappen. Een globaliserende wereld roept tegenprocessen op. Globalisering gaat gepaard met een versterking van etnische en religieuze identiteiten en groepsverbanden. Dat geldt ook voor Afrika. Niet omdat Afrika wordt bevolkt door achterlijke types die niet weten wat goed voor hen is, maar omdat etnische en religieuze gemeenschappen vormen van sociale samenhang en zekerheid bieden die de staat niet aan zijn burgers kan leveren. Dergelijke gemeenschappen zijn ook een vorm van sociaal kapitaal: op basis van onderling vertrouwen worden zaken gedaan en wederzijdse diensten geleverd.  Chinese kongsi’s, Senegalese moslim broederschappen en Somalische clans onderhouden wereldwijd netwerken waardoor hun leden overal handel kunnen drijven ook zonder contanten op zak. De leden vertrouwen elkaar omdat zij behoren tot eenzelfde familie, eenzelfde clan, dezelfde etnische groepering of dezelfde religieuze gemeenschap. Daar is niets mis mee. Problemen ontstaan pas als etnische of religieuze entrepreneurs hun achterban gaan mobiliseren tegen ‘anderen’, andersgelovigen of leden van andere etnische gemeenschappen.
Anders dan Kluveld meent, zijn moderne communicatiemiddelen geen middel om dit gemeenschapsdenken op te blazen. Integendeel, via internet en mobiele telefoon worden etnische en religieuze netwerken wereldwijd onderhouden. Media kunnen zowel een rol ten goede als ten kwade spelen, zoals radio Mille Collines in Rwanda heeft aangetoond. Mogelijk zou het sociale vangnet van de verzorgingsstaat de etnische en religieuze solidariteit kunnen verzwakken, maar die verzorgingsstaat is in Afrika voorlopig niet in zicht. Dus is het vanuit het oogpunt van zelfbehoud alleszins redelijk om andere netwerken en verbanden te onderhouden die de kwetsbare mens enige zekerheid bieden. Afrikanen zijn niet opgesloten in hun stamverband: ze onderhouden daarnaast tal van andere contacten. Ze hebben meervoudige identiteiten, gevormd door etniciteit, religie, sociale klasse, leeftijdsgroep enz.
Kenianen gaan de straat op om te protesteren tegen de ‘gestolen verkiezingen’. Democratie heeft alleen betekenis als er inderdaad iets te kiezen valt, en als de spelregels worden gerespecteerd. Je zou dus kunnen zeggen dat de betogers belang hechten aan de democratie. Er is uiteraard geen enkel excuus voor brute moordpartijen op leden van andere etnische gemeenschappen. Maar hoe gruwelijk de massamoorden in Eldoret en elders ook zijn, het vergt een reusachtige gedachtensprong om maar meteen een heel continent af te schrijven. Afrika is vele malen groter, veel complexer en veel diverser dan Europa. Conflicten zijn –daar en hier- alleen te begrijpen als we ons willen verdiepen in de specifieke context in plaats van gemakzuchtige generalisaties uit de oude doos te halen. En natuurlijk is democratie geen exportproduct.


Evelien Groenink: Wat is er toch met Afrika dat Nederlanders zo bezorgd maakt?

Naar aanleiding van de gebeurtenissen in Kenia opende de Volkskrant de discussie over de stelling: Democratie in Afrika – Het wordt nooit wat. Evelien Groenink reageert.

Ik hoor nu eens nooit iemand zeggen dat hij zich vanwege de recente gewelddadige schermutselingen tussen hindoes en christenen vertwijfeld afvraagt of het ooit nog wel wat wordt met India. Er wordt ook nooit met een gezicht van ‘ik zou willen dat het anders was want ik ben reuze pro-Slavisch’ betreurd dat Tsjetsjenen en Russen bewezen hebben ‘niet rijp’ te zijn voor de democratie’.

In Pakistan kan een gezochte fraudeur een gehele politieke partij erven van een vermoorde politica zonder dat iemand hier over ‘stamverbanden’ begint, die ‘helaas’ (de spreker zou willen dat het anders was want de spreker heeft het het beste met de Pakistanen voor, laten we dat vooral goed onthouden) nog steeds bestaan en bewijzen dat de Pakistanen (wederom helaas) alweer gezakt zijn voor ….ja, voor wat?

Het is de TOON van veel commentatoren op Afrika, niet zozeer de inhoud van wat er te berde wordt gebracht, die niet ophoudt mij te verbijsteren.

‘Ik heb nu hoop’, kondigde een zo’n bezoeker aan nadat hij zowaar een leuke intelligente neger had ontmoet. Een ander onderzocht hoe erg het wel niet was met de Aids in ZA (erg) en besloot dat ‘hij het nu opgaf.’

De oorlog in Irak, de moord op Bhutto, een overstroming in Azie, draconische onderdrukking in China, we nemen er kennis van en hebben er oordelen over. Maar niets gaan ons zo aan het hart als Afrika.

Afrika gaat ons wel zo aan het hart dat we er van wakker liggen. Afrika moet ons geruststellen anders blijven we ons zorgen maken. Wij lijken Afrika wel meer nodig te hebben dan Afrika ons. Nu heeft Kenia weer gefaald. Het is om te huilen

Zullen we als blanken of Nederlanders of blanke Nederlanders ooit Afrika leren zien voor wat het is: een plek op de wereld met problemen, niet belangrijker of minder belangrijk of zieliger of beter dan enige andere plek?

Zullen we de akelige waarheid ooit onder ogen kunnen zien dat de meeste Afrikanen geen Aids hebben en verreweg de meesten ook meestal behoorlijk te eten?

Zeker, in arme landen met een nog onvoldoende ontwikkelde bedrijfssector is staatsmacht vrijwel de enige manier om toegang tot rijkdom te krijgen. En ja, bevolkingsgroepen zijn vaak nog gedefinieerd via geografische en ethnische herkomst (net als Basken of Bosniers of Tsjetsjenen). Verder is het ook een waarheid als een koe dat emoties hoger oplopen naarmate er meer op het spel staat. Weer naar de zijlijn van de armoede in Kibera township geschopt worden net toen jouw kant ging winnen -daar zou ik ook van gaan slaan, denk ik. (Schrijnender dan de intrekking van een tomatensubsidie, en moet je Franse boeren eens zien als iemand dat durft te doen). Dat er meer kans is op wetteloosheid en geweld in het geval van geschiedkundig bezien kersverse politieke en staatstructuren dan in het geval van eeuwenoude, organisch gegroeide systemen: ook alweer zo’n koe.

Geweld en verkrachting, tsja, helaas, het gaat vaak samen. Niet alleen in Kenia, en ook niet alleen in Bosnie: door de eeuwen heen is geweld tegen vrouwen een bijverschijnsel van gewelddadig conflict tussen mannen geweest, en dat is het nog.

Ik wil dus niet beweren dat het allemaal niet erg is. Er zijn veel erge dingen. Er zijn zelfs dingen in Afrika die erger zijn dan de dingen in Pakistan. Er zijn verklaringen voor, er zijn oplossingen voor, en er zit beweging in want de geschiedenis staat niet stil.

Uiteindelijk zal, wie Afrika wil helpen, toch aan de subsidies van de Franse tomatenboeren moeten komen. Over een stam die niet met zich laat sollen gesproken!

Gaan we er vervolgens ook van wakker liggen als die de wegen weer bezetten? Of zweten we alleen maar peentjes als het over Afrika gaat? En waarom is dat toch?

Evelien Groenink is journalist en publiciste en woont in Centurion, Zuid-Afrika. Zij is coordinator van het Forum for African Investigative Journalists (FAIR) en redacteur van ZAM.


Over Kenia

‘Afrika en democratie, dat wordt nooit wat’, luidt de actuele stelling van de Volkskrant waarop historica en docente Amanda Kluveld en publicist René Cuperus op zaterdag 5 januari reageren.
Ik ben bang dat deze stelling naadloos verwoord wat hele volksstammen in Nederland denken na ‘Kenia’: Ze maken mekaar af. Ze kunnen het niet. Het wordt nooit wat.
In de week dat Martin Ros afscheid nam van zijn vaste boekenrubriek vertelde Peter Hermes, die vaak te gast is in de TROS Nieuwsshow, me dat Ros hem steevast met dezelfde ‘grap’ begroette. ‘Laat Afrika een halve meter zakken. Hele probleem opgelost.’
Kluveld weet op overtuigende wijze een verband te leggen tussen het initiatief voor tolerantie ‘Benoemen en Bouwen’ van Doekle Terpstra en Afrika. ‘Denken langs tribale lijnen is altijd funest voor de democratie’, schrijft ze over Terpstra’s verklaring die aanvankelijk alleen door blanken mocht worden getekend. ‘Dat had stamhoofd Terpstra geweten als hij de actualiteit in Afrika had gevolgd, aldus Kluveld die Terpstra paternalisme verwijt. ‘Wij’ komen op voor ‘hun’
Vervolgens biedt de historica een interessante analyse naar aanleiding van ‘Kenia.’ ‘De democratie in Afrika wordt belemmerd door tribale verbanden. In Afrikaanse landen is de stam het belangrijkste economische en sociale vangnet. Politici spelen daarop in’, schrijft ze. Pas als er een sterk economisch vangnet ontstaat, er een daadwerkelijk onafhankelijke rechterlijke macht komt en als de bewoners over radiostations, telecommunicatie en computers beschikken, zal het tribalisme verdwijnen, citeert Kluveld de BBC.
De analyse snijdt hout en toch klopt er iets niet. In het land waar ik woon, Zuid-Afrika, is de rechterlijke macht onafhankelijk. Net als in Botswana of Namibie of Kenia. Onafhankelijke radiostations, telecommunicatie en computers komen razendsnel op. Een van de rijkste mannen ter wereld is een Sudanees die zijn vermogen vergaarde met mobiele telefonie op het continent.
‘Hun’ is een complex geheel van 55 verschillende landen, van snelgroeiende economieen en straatarme achterblijvers. ‘Hun’ is een optelsom van door oorlogsheren beheerste regio’s en keurige adminstraties, van rijke middenklassen en het lompenproletariaat.
Volkskrant correspondent Kees Broere legde in een column enkele dagen terug toch juist de vinger op die ongelijkheid. De arme helft komt in opstand tegen de rijke helft, schreef hij.
‘Wij’ kunnen ‘ons’ paternalisme alleen kwijtraken als we in het beeld van De Ander het onderscheid durven zien. Als we de amorfe massa’s zielige en machteloze slachtoffers uit ons mentale systeem durven te ‘deleten’, zodat de professionals, de wizkids, de rappers, de mode-ontwerpers, de planologen, de journalisten, de feministen, de homo-activisten en vakbondsleiders eindelijk in beeld kunnen komen.
Zou de instabiliteit, zoals die zich in de afgelopen week zo heftig in Kenia manifesteerde, ook te maken kunnen hebben met de slag die veel Afrikaanse landen en Afrikanen momenteel maken? Is juist niet de spanning tussen tradities en moderniteit debet aan de gebeurtenissen. Hoe groot is de invloed van urbanisatie en industrialisatie, van globalisering, een opkomende middenklasse, toegang tot informatie?
En nog iets: zouden de erupties in Kenia, en het toneel van een luidruchting ANC-congres, niet evenzeer een uitdrukking kunnen zijn van een opkomende democratische beweging in Afrika, mede het resultaat van toegang tot informatie en telecommunicatie? Leiden afschuwwekkende beelden misschien af van een democratische ondertoon: als verkiezingen een graadmeter voor ‘good governance’ zijn, zoals de internationale donoren beweren, laten het dan ook echte democratische verkiezingen zijn. No Zimbabwe!, riepen de aanhangers van Jacob Zuma in Zuid-Afrika, zoals Volkskrant correspondent Marnix de Bruyne waarnam. ‘Geen derde termijn voor Mbeki want dat is niet democratisch!’
In Zimbabwe waren het in 1995 de homo’s die als eersten de president van het land durfden tegenspreken nadat hij hen ‘erger dan varkens en honden’ had genoemd.
Tegenspreken: dat lijkt steeds meer een kenmerk van postkoloniaal Afrika – en van post-dekoloniaal Afrika.
Gaat die tendens wellicht schuil achter de ‘jongeren met kapmessen (die) achter mensen van andere stammen aanhollen’, waarover René Cuperus, tevens medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, schrijft. ‘Het is proza waaraan de toenmalige tekstschrijvers van P.W. Botha zich vermoedelijk niet hadden durven wagen. ‘Afrika is het continent van de stammenstrijd (…), van vriendjespolitiek en patrimonialisme, (…) van politieke leiders die staatsmacht beschouwen als privébezit’, schrijft Cuperus.
Afrika? Welk Afrika?
En dan: ‘Veertig jaar postkoloniale ontwikkelingssamenwerking, brute interventies van IMF en Wereldbank en goedbedoelde stimulatie van ‘goed bestuur’, hebben weinig of niets kunnen veranderen aan die diepgewortelde Afrikaanse machtscultuur”, aldus Cuperus.
Dat is dus de vraag. En een andere vraag is: wat heeft deze bemoeienis aangericht?
‘Was dit maar neokoloniale borrelpraat’, verzucht Cuperus.
Het is neo-koloniale borrelpraat.

Geruchtenstroom: Mandela Fit!

Uit de Sunday Times, 30 december 2007



Fit Mandela shows up at Ramphele’s 60th bash

Rumours last week of Nelson Mandela being gravely ill caused panic around the world and his office was inundated with calls.

But this week Madiba was jovial as he sipped champagne at a star-studded bash to celebrate the 60th birthday of his comrade, Mamphela Ramphele.

The former President made a rare social appearance at Ramphele’s party, hosted in a white marquee decorated with 500 red roses and 300 orchids.

Mandela’s spokesman, Zelda la Grange, had to dispel rumours that he was in poor health.

“Rumours have again surfaced about Mr Mandela’s wellbeing. Mr Mandela is enjoying the festive season with his family,” said La Grange.

Concerns over Madiba were also raised earlier this year when US President George W Bush, in a trademark blunder, announced that he had died.

“All we can do is reassure people, especially South Africans, that President Mandela is alive,” Achmat Dangor, chief executive of the Nelson Mandela Foundation, told Reuters in September, as Bush’s comments received worldwide coverage.

Ramphele, an academic, medical doctor and political activist, founded the Black Consciousness Movement in the ’60s with Steve Biko, the father of her children, Lerato and Hlumelo. She was appointed vice-chancellor of the University of Cape Town in 1996 — the first black woman to hold the post — and was voted 55th in the Top 100 Great South Africans in 2004.

Mandela did not attend the ANC national conference in Polokwane, Limpopo, leading to concern that his health had taken a turn for the worse.

But the Nobel Peace laureate, now 89, smiled broadly and waved as he entered the marquee at a Cape Town hotel on Friday night. Dressed in a black satin shirt, he leaned heavily on a silver and ivory cane and on his wife, Graça Machel . “Thank you, thank you,” said Machel, as people shook Mandela’s hand.

Other A-list guests at Ramphele’s party included Transnet boss Maria Ramos and Finance Minister Trevor Manuel, in a striped shirt, without his usual rakish tie.

Also there were Cape Town mayor and Democratic Alliance leader Helen Zille in a cerise silk jacket from Habits, her husband Johan Maree, former Education minister Kader Asmal and his wife Louise.

The master of ceremonies, Hlumelo Biko, had the distinguished crowd in stitches, while Archbishop Desmond Tutu gave the blessing.

“Mamphela, we smile in our hearts knowing that God took a bit more trouble creating you,” said Tutu. “We want to celebrate you and hold you up, and say thank you for being you.”

Mandela sipped champagne and planted a big birthday kiss on Ramphele’s lips after family friend Vincent Maphai made a toast. The birthday girl looked radiant in a beaded, deep- turquoise gown.

Ramphele, who was born in Polokwane and now lives in Camps Bay, said her ideal birthday gift would be “a commitment that each of us go home and evaluate how good a citizen I have been in the new democracy”.

She referred to Mandela as “my father” and thanked him for always being there for her. “Basically, I’m celebrating 60 years of being supported. There’s no success without support,” she said.

Ramphele’s medical credentials were evident in the event’s catering. Starters consisted of smoked chicken, Waldorf salad and a green-leaf salad, while supper was lamb, chicken kebabs, fish, pumpkin, vegetables and beetroot.

Mandela and Machel left at 8pm, before dinner.


Evita’s recept voor verzoening


 6 dry apricots
 6 dry apple rings
 125ml seedless raisins
 cold black tea, orange juice or water
 2 large onions cut into slices
 200ml boiling water
 25ml cooking oil
 15ml curry powder
 10ml turmeric
 1kg minced beef
 2 thick slices old white bread, crumbed
 50ml vinegar
 salt and pepper
 2 eggs
 125ml milk
 fresh lemon leaves (optional)

 1. Soak the apricots, apple rings and raisins in a bit of cold black tea
 for a while 2. Drain the fruit, halve the apricots and cut apple rings
 in pieces 3. Preheat oven to 180 degrees C (350 degrees F) 4. Grease the
 ovenproof dish well 5. Boil onions in water till soft 6. Add cooking oil
 and fry onions lightly 7. Add curry powder and turmeric and fry lightly
 8. Add minced meat, breadcrumbs, vinegar, salt, pepper and soaked fruit,
 then mix lightly with a large fork 9. Leave mixture to simmer; stir
 slightly 10. Place mixture in ovenproof dish 11. Beat eggs and milk
 together and pour over mixture 12. Fold the lemon leaves into triangles
 and push them into the mixture here and there 13. Bake bobotie on the
 middle rack for 45 minutes, or until the egg custard has set 14. Serve
 hot, starting with the President and work your way to the left

Zie ook: