Afrika! Afrika!

Toch maar naar Afrika! Afrika! gegaan al had ik het kunnen weten. ‘Heel Amsterdam verbaasd’ luidde de krakkemikkige advertentiezin voor dit ‘magische circus avontuur.’ Deze slogan is ongetwijfeld op het organisatiebureau in Bremen bedacht. Daar kwamen ook de kaartjes vandaan.

De ‘grootste circustent van Europa’, zou het?, staat ‘naast de Arena.’ Nou ja, een half uurtje verderop en geen borden die de richting duiden.  Zo zwerven wij door een hedendaags Metropolis op zoek naar Afrika.

Dan, aan de andere kant van de snelweg zien wij tenten, een bord Kassa en een zwarte jongen met folders. Even verderop staan naast de plastic palmbomen grote totempalen. Maar die horen toch bij Indianen?

Snel de tent in, buiten is het koud en binnen Botswana, zeker dertig graden. We zouden ons onmiddellijk in de Sprookjes van Duizend en Een Nacht hebben gewaand als de Arabische mannen met fez ons niet in het Duits hadden welkom geheten. Achter de horecastalletjes in de foyertent staan jongens en meisjes die zó wit zijn dat ze wel uit de voormalige DDR moeten komen. Welkom in Das Leben der Anderen. Zoveel is al duidelijk: hier is goed begrepen dat Afrika een cross cultural mix is, ze zijn alleen de Afrikanen vergeten. Dat er in de hebbedingetjestent ernaast uitsluitend onbestemde prullaria te koop lagen, verbaasde ons dus niet meer. Toen moest de voorstelling nog beginnen.

De poster van deze produktie waarop een met witte strepen geschminkte en met blauwe bloemen omhangen lichtzwarte jongen, zeg maar een Thai, is afgebeeld wordt in de circustent aan alle kanten geprojecteerd. Hier nadert de temperatuur de veertig graden. Op het doek waarachter de artiesten klaarstaan is een rode ster geschilderd en op de wandjes achter de tribune een motief dat van overal kan komen, maar, net als de ster, niet uit Afrika.

En dan begint het. De Chinese acrobatiek. Het slangenmens Houdini. De breakdance uit het Amerikaanse getto. Een jongen met zes balletjes tussen buitenaardse creaties met hoge mutsen. Smurfen?

Deze produktie is een gelikte, zeker wervelende, hoogst respectloze projectie van het soort Afrika dat alleen maar in het verwarde hoofd van producent Heller bestaat. En wellicht straks ook in de hoofden van het argeloze en misleide publiek in deze half gevulde tent. Omdat het hier om Afrika heet te draaien, moet er natuurlijk nog een goed doel bij en dus gaat van de zestig euro dat een toegangskaartje kost er een naar Unesco. De deelnemende artiesten onderhouden stuk voor stuk zestig verre familieleden van hun gage, weet Heller. Hoe heeft hij dat vastgesteld?

Een kleine, sympathieke tentoonstelling van zes moderne Afrikaanse kunstenaars in een van de aangrenzende tenten vormt een klein vlaggetje op deze grootste modderschuit van Europa.

Heel Amsterdam verbaasd. De krant meldde dat Freek de Jonge op de premiere-avond gelijk na de voorstelling vertrokken was. Verbijsterd zeker.